Maandelijks archief: september 2016

Het Standonckcollege

Van het “Verken” tot het Hogeschoolplein. Deel 3

Het Standonckcollege werd in 1490 gesticht door Johannes Standonck bedoeld voor arme studenten. De president werd Pater of Vader genoemd en de studenten leefden volgens zeer strenge regels, zoals die van een strenge kloosterorde. Ze moesten allemaal, zonder uitzondering, het habijt van Sint Franciscus van Paola, voor wie de stichter een speciale religieuze bewondering had, dragen. Omwille van de kap aan dit habijt werden ze in Leuven de Kappekens genoemd.

franciscus

Het Standonckcollege is een tijd geassocieerd geweest met de pedagogie het Varken. Standonck had zo’n faam dat het Varken de Standonckpedagogie genoemd werd. Er was toen dus sprake van een Standonckcollege en een Standonckpedagogie. In 1615 werden de twee instellingen van elkaar gescheiden.

In 1807 werd het college verkocht aan een Brusselse opkoper, François-Joseph Lemonnier, en aan een Leuvenaar, Jean-Joseph van Mechelen. Het grootste deel werd samen met het Varken afgebroken. Het nog bestaande gedeelte, dat dateert van 1763, is verwerkt in particuliere huizen.

standonckkik

Johannes Standonck werd geboren in Mechelen in 1443 als zoon van een bescheiden schoenmaker. Hij krijgt een beurs van de Broeders van het Gemene Leven en gaat studeren in hun school in Gouda.

gouda

Kaart van Gouda, bij nr.25 het Collatiehuis

In 1459 schrijft hij zich in aan de universiteit van Leuven waar hij “magister artium” wordt. Daarna vertrekt hij naar Parijs waar hij met succes theologie studeert. In 1480 wordt hij benoemd aan de faculteit van Sorbonne, in 1483 promoveert hij als doctor in de theologie en in 1486 wordt hij rector van de Parijse universiteit. Hij was tegelijkertijd ook prefect van het college van Montaigu. Hij sterft op 17 april 1504. Voordien had hij colleges en scholen opgericht in Parijs, Leuven, Mechelen, Cambrai en Valenciennes. Hij nam daarbij de nodige maatregelen om ervoor te zorgen dat alleen studenten werden toegelaten die zelf hun studies niet konden betalen.

Het college van Montaigu werd in 1314 gesticht door Gilles Aycellin, aartsbisschop van Rouen. Het veranderde van naam na de restauratie in 1388 door Pierre Aycellin de Montaigut, kardinaal van Laon. Toen Standonck in het college aaankwam, was het in verval. Naar verluidt kwamen sommige muren naar beneden. Standonck en zijn leerling Noël Béda zouden het terug groot maken.

montaigu

Standonck legde zijn studenten een zeer streng regime op: zij mochten het college alleen verlaten met zijn toestemming en moesten terug zijn voor het invallen van de avond. Hij hield zelf de sleutel van de portier bij. Zij droegen slechts één kledingstuk een kregen elke dag één stuk brood. Elke morgen om elf uur moesten ze naar een nabijgelegen klooster om een handvol eten te ontvangen. Voor de minste fout werden ze gestraft en ze werden aangemoedigd elke fout van een andere te melden.

Het college van Montaigu kende enkele beroemde alumni: Erasmus, Johan Calvijn, Ignatius van Loyola, John Knox, … Erasmus zou later zeggen dat hij niet kon indenken dat iemand zijn verblijf aan het college kon vergeten of het zelfs ongeschonden kon overleven. Hij zou zich zijn leven lang het vasten en de rotte eieren herinneren.

 

Van het “Verken” tot het Hogeschoolplein

Deel 2: leven in het “Varken”

Als we in het kader van de oude universiteit over een college spreken, hebben we het niet over een school maar over een kosthuis waar studenten onder toezicht kost en inwoon kregen maar in principe geen onderricht. Soms werden er wel herhalingsoefeningen gegeven of werden er disputen georganiseerd. Dit in tegenstelling met de vier pedagogieën – eerst waren het er nog zeven maar in 1446 besliste de Artesfaculteit er maar vier te erkennen – waar ook les werd gegeven. Die vier pedagogieën, de Lelie, de Burcht, de Valk en het Varken, waren echte universitaire kostscholen waar jonge studenten zowel onderkomen als onderwijs kregen.

schildenpedagogieen

uit Louvain Monumental

De vier pedagogieën dragen de naam van het huis waar de eerste magisters, docenten zouden we nu zeggen, gingen samenwonen of van een herberg of afspanning in de buurt. Het Varken werd genoemd naar een herberg in de Naamsestraat: “den wilden ever” alias “het wiltvercken”.

De pedagogieën en de colleges moesten een antwoord bieden aan een dubbel probleem: de bedelstudent en de eeuwige student. Pedagogieën zorgden er in de eerste plaats voor dat ook armere studenten konden eten, drinken en slapen. Er bestond wel een zekere vorm van sociale differentiatie: zo zaten de rijkere studenten (commensales) aan de eerste tafel (prima mensa), de beursstudenten (bursarii) aan de tweede (secunda) en de allerarmsten (pauperes) aan de derde tafel (tertia mensa).

Strenge pedagogiereglementen moesten de studenten beschermen tegen de verlokkingen van drank en spelen. Op de naleving ervan werd toegezien door regenten en subregenten. Voor elke les werden er absenties opgenomen. In de pedagogieën gold een strikte dagindeling gebaseerd op de kloosterregels.

4u30      opstaan
4u45      morgengebed en studietijd
6u30      les
7u30      mis en ontbijt
9u           studietijd
10u        uitgaansverlof
10u30    les
11u30    middagmaal
13u        studietijd
13u30    les
14u30    studietijd
16u        vieruurtje
16u30    les
17u30    studietijd
18u30    avondgebed en avondmaal
20u        studietijd
21u        bedtijd
21u30    lichten doven

De schaarse vrije tijd konden ze doorbrengen met praten, wandelen in groep onder toezicht of schaakspelen. Ze mochten zeker niet deelnemen aan reidansen in de straat, carnavalsvieringen en veerkleedpartijen, en aan kansspelen met kaarten, teerlingen of wat dan ook, in de herbergen. Er stonden zware straffen op nachtlawaai, balorigheid tegen burgers en hun eigendommen en op aanranding van eerzame vrouwen. Vanaf 1477 gold er voor studenten een avondklok: nadat de klok van Sint-Michiel negen uur had geslagen (tien uur in de zomer) mocht geen enkele student nog op straat komen tenzij in gezelschap van een deftig persoon en met een brandende toorts. De overtredende studenten werden aan de promotor uitgeleverd. Wie vier maal werd betrapt, riskeerde geschrapt te worden van de universitaire rol. Baldadige studenten kwamen er meestal van af met een vermaning vaak tot ergernis van de benadeelde Leuvenaars.

“Sus gaudet studio; Falconis mensa triumphat; Libertas Lilio; Formosa cubicula castro.” Volgens dit dictaat blonk het Varken uit in studieijver, won de vrijheid het in de Lelie, had de Valk de beste tafel en de burcht de mooiste kamers. Tussen de vier pedagogieën heerste een gezonde wedijver. Die uitte zich in allerlei voorstellingen. In onderstaande afbeelding vertrappelt het varken een lelie en een valk en duwt het de burcht omver.

excathedra1

In onderstaand embleem eet het varken de lelie op, vertrappelt het de valk en bedreigt het de burcht met een spervuur van drollen.

excathedra2

Het belangrijkste voorwerp van de wedijver was het vergelijkend examen dat jaarlijks voor de laatstejaarsstudenten van de Artesfaculteit werd georganiseerd. De winnaar, de primus, werd eerst in Leuven ingehaald met dagenlange optochten en drinkgelagen. Daarna trok de stoet naar het geboortedorp van het feestvarken waar hij als een vorst werd onthaald. Onderweg werd hij in elk dorp of stad getrakteerd op erewijn en met eerbewijzen overladen.

expo

Op een tekening van 1650 zien we het Varken als een geheel van huizen met trap- of puntgevels en met steile daken en dakkapellen. De leslokalen bevonden zich op het gelijkvloers (1 en 2), onder de leien bevond zich de graanzolder (3). De pedagogie beschikte over een kapel (10) en een bibliotheek (11). De regent (8) woonde naast de toegangspoort (6), een andere professor (4) boven de achterpoort (5). Dat is natuurlijk belangrijk voor de controle op de gang en wandel van de studenten. Naast de toegang ziet men bovendien nog een portiersloge (7). De studenten slapen op de zolder (13). De pedagogie bezit twee binnenplaatsen, een geplaveide (17) en een onverharde (18), en een tuin (16). De waterput bevond zich in een paviljoentje (14). Gans achteraan bevinden zich de latrines (15). Het bier werd bewaard in de kelder (12).

Toen Napoleon in 1801 in het Pauscollege een succursale van het Hôtel des Invalides, werd het Varken een bordeel ten gerieve van de soldaten die nog voldoende valide zijn. In 1806 werd de pedagogie afgebroken. Nu herinnert alleen de Leuvense volksnaam voor het Hogeschoolplein nog aan deze universitaire kostschool.

Van het “Verken” tot het Hogeschoolplein.

 

Deel 1: situatie voor 1808.

Het Hogeschoolplein, dat recentelijk voorlopig beschermd is als stadsgezicht (16 maart 2016) is in feite een vrij jong plein. Tot 1807 liep de ’s Meiersstraat (Smeistraat) door van de Muntstraat tot de Naamsestraat. De ruimte van het huidige plein werd toen ingenomen door twee universitaire gebouwen: de pedagogie het Varken en het Standonckcollege. In december 1807 werden deze in opdracht van de stad afgebroken omwille van de bouwvallige staat waarin ze zich bevinden.

Op dit samengestelde plan kan je zien hoe de ligging van deze afgebroken gebouwen zich situeerden op het huidige plein.

hogeschoolplein_plannen

Op deze basis heeft Frederic Hecq (Leuven Weleer) de ligging geprojecteerd op een luchtfoto van het Hogeschoolplein. Zo krijg je een goede indruk van de ligging van de gebouwen. De blauwe lijn geeft de omtrek van het Varken weer, de rode die van het Standonckcollege.

hogeschoolplein_projectie

Stadsarchitect C(harles?)-François de Rare werd belast met het ontwerp van een nieuw plein dat de monumentale gevel van het Pauscollege meer tot zijn recht moest doen komen. Het werd een stemmig rechthoekig plein met een typische 19de-eeuwse aanleg: gekasseid en in 1812 beplant met lindebomen op rij in een grasveld.

De linden verdwenen bij de plaatsing van het standbeeld van André Dumont in 1922.

In een volgende aflevering vertel ik meer over de geschiedenis van de afgebroken gebouwen.