Van het “Verken” tot het Hogeschoolplein

Deel 2: leven in het “Varken”

Als we in het kader van de oude universiteit over een college spreken, hebben we het niet over een school maar over een kosthuis waar studenten onder toezicht kost en inwoon kregen maar in principe geen onderricht. Soms werden er wel herhalingsoefeningen gegeven of werden er disputen georganiseerd. Dit in tegenstelling met de vier pedagogieën – eerst waren het er nog zeven maar in 1446 besliste de Artesfaculteit er maar vier te erkennen – waar ook les werd gegeven. Die vier pedagogieën, de Lelie, de Burcht, de Valk en het Varken, waren echte universitaire kostscholen waar jonge studenten zowel onderkomen als onderwijs kregen.

schildenpedagogieen

uit Louvain Monumental

De vier pedagogieën dragen de naam van het huis waar de eerste magisters, docenten zouden we nu zeggen, gingen samenwonen of van een herberg of afspanning in de buurt. Het Varken werd genoemd naar een herberg in de Naamsestraat: “den wilden ever” alias “het wiltvercken”.

De pedagogieën en de colleges moesten een antwoord bieden aan een dubbel probleem: de bedelstudent en de eeuwige student. Pedagogieën zorgden er in de eerste plaats voor dat ook armere studenten konden eten, drinken en slapen. Er bestond wel een zekere vorm van sociale differentiatie: zo zaten de rijkere studenten (commensales) aan de eerste tafel (prima mensa), de beursstudenten (bursarii) aan de tweede (secunda) en de allerarmsten (pauperes) aan de derde tafel (tertia mensa).

Strenge pedagogiereglementen moesten de studenten beschermen tegen de verlokkingen van drank en spelen. Op de naleving ervan werd toegezien door regenten en subregenten. Voor elke les werden er absenties opgenomen. In de pedagogieën gold een strikte dagindeling gebaseerd op de kloosterregels.

4u30      opstaan
4u45      morgengebed en studietijd
6u30      les
7u30      mis en ontbijt
9u           studietijd
10u        uitgaansverlof
10u30    les
11u30    middagmaal
13u        studietijd
13u30    les
14u30    studietijd
16u        vieruurtje
16u30    les
17u30    studietijd
18u30    avondgebed en avondmaal
20u        studietijd
21u        bedtijd
21u30    lichten doven

De schaarse vrije tijd konden ze doorbrengen met praten, wandelen in groep onder toezicht of schaakspelen. Ze mochten zeker niet deelnemen aan reidansen in de straat, carnavalsvieringen en veerkleedpartijen, en aan kansspelen met kaarten, teerlingen of wat dan ook, in de herbergen. Er stonden zware straffen op nachtlawaai, balorigheid tegen burgers en hun eigendommen en op aanranding van eerzame vrouwen. Vanaf 1477 gold er voor studenten een avondklok: nadat de klok van Sint-Michiel negen uur had geslagen (tien uur in de zomer) mocht geen enkele student nog op straat komen tenzij in gezelschap van een deftig persoon en met een brandende toorts. De overtredende studenten werden aan de promotor uitgeleverd. Wie vier maal werd betrapt, riskeerde geschrapt te worden van de universitaire rol. Baldadige studenten kwamen er meestal van af met een vermaning vaak tot ergernis van de benadeelde Leuvenaars.

“Sus gaudet studio; Falconis mensa triumphat; Libertas Lilio; Formosa cubicula castro.” Volgens dit dictaat blonk het Varken uit in studieijver, won de vrijheid het in de Lelie, had de Valk de beste tafel en de burcht de mooiste kamers. Tussen de vier pedagogieën heerste een gezonde wedijver. Die uitte zich in allerlei voorstellingen. In onderstaande afbeelding vertrappelt het varken een lelie en een valk en duwt het de burcht omver.

excathedra1

In onderstaand embleem eet het varken de lelie op, vertrappelt het de valk en bedreigt het de burcht met een spervuur van drollen.

excathedra2

Het belangrijkste voorwerp van de wedijver was het vergelijkend examen dat jaarlijks voor de laatstejaarsstudenten van de Artesfaculteit werd georganiseerd. De winnaar, de primus, werd eerst in Leuven ingehaald met dagenlange optochten en drinkgelagen. Daarna trok de stoet naar het geboortedorp van het feestvarken waar hij als een vorst werd onthaald. Onderweg werd hij in elk dorp of stad getrakteerd op erewijn en met eerbewijzen overladen.

expo

Op een tekening van 1650 zien we het Varken als een geheel van huizen met trap- of puntgevels en met steile daken en dakkapellen. De leslokalen bevonden zich op het gelijkvloers (1 en 2), onder de leien bevond zich de graanzolder (3). De pedagogie beschikte over een kapel (10) en een bibliotheek (11). De regent (8) woonde naast de toegangspoort (6), een andere professor (4) boven de achterpoort (5). Dat is natuurlijk belangrijk voor de controle op de gang en wandel van de studenten. Naast de toegang ziet men bovendien nog een portiersloge (7). De studenten slapen op de zolder (13). De pedagogie bezit twee binnenplaatsen, een geplaveide (17) en een onverharde (18), en een tuin (16). De waterput bevond zich in een paviljoentje (14). Gans achteraan bevinden zich de latrines (15). Het bier werd bewaard in de kelder (12).

Toen Napoleon in 1801 in het Pauscollege een succursale van het Hôtel des Invalides, werd het Varken een bordeel ten gerieve van de soldaten die nog voldoende valide zijn. In 1806 werd de pedagogie afgebroken. Nu herinnert alleen de Leuvense volksnaam voor het Hogeschoolplein nog aan deze universitaire kostschool.

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit / Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit / Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit / Bijwerken )

Google+ photo

Je reageert onder je Google+ account. Log uit / Bijwerken )

Verbinden met %s