Middeleeuwse Royalty

Klein Leuvens Geschiedenisje

In de Sint-Kwintenskerk bevindt zich een grafsteen met een verhaal dat thuishoort in de roddelrubriek van de middeleeuwse geschiedenis.

In het schip van de kerk bevindt zich de grafsteen van Catharina van Dycke. Haar vader was Johan van den Dijcke, heer van Santvliet en Berendrecht, ridder van Jerusalem, raadsheer en rekenmeester van de rekenkamer van Brabant.

Haar moeder was de dochter van een tapijtverkoper. Toen zij vijf jaar oud was overleden beide ouders aan de pest. De werkgever van de vader ontfermde zich over de dochter en ze werd zijn dienstmeisje.

Tijdens feesten in het huis van haar beschermheer trok zij, omwille van haar schoonheid, de aandacht van een zeer belangrijke edelman die daar aanwezig was. Ze werd door een hoveling ontvoerd en onder dwang bij de edelman gebracht. Zijn aandacht was zo sterk dat die niet zonder gevolgen bleef en ze zwanger werd.

De zorg over haar dochtertje werd eerst toevertrouwd aan het gezin van Andries van Douvrin, heer van Drogenbos en Sint-Martens-Bodegem. Later verbleef ze in het kasteel van Hoogstraten waar ze door de jongere broer van de hoger vermelde beschermheer, en zijn echtgenote Elisabeth van Culemborg werd opgevoed als een eigen kind. Ze verhuisde nog eens, op aandringen van haar natuurlijke vader, die haar bij akte als zijn wettige dochter erkend had, naar Mechelen aan het Hof van twee belangrijke edelvrouwen.

Op tienjarige leeftijd verhuisde ze in 1533 naar Italië, waar zij opgroeide onder de hoede van vooral Madame de Lannoy, weduwe van de voormalige onderkoning van Napels, Charles de Lannoy. Deze Italiaanse opvoeding verklaart ook waarom ze vooral bekend werd onder haar (Italiaanse) titel Madama.

De moeder trouwde met de vader en kreeg negen kinderen waaronder Catharina.

Laten we nu de andere namen onthullen: de beschermheer was Karel van Lalaing, gouverneur van Oudenaarde, de edelvrouwen in Mechelen waren Margaretha van Oostenrijk en Maria van Hongarije, haar moeder was Johanna van der Gheynst, de edelman was niemand minder dan Keizer Karel, en haar halfzus was Margaretha van Parma.

Conclusie: in de Leuvense Sint-Kwintenskerk bevindt zich de grafsteen van een halfzus van Margaretha van Parma, landvoogdes van de Nederlanden.

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit / Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit / Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit / Bijwerken )

Google+ photo

Je reageert onder je Google+ account. Log uit / Bijwerken )

Verbinden met %s