Maandelijks archief: augustus 2017

Leonardus Lessius

Klein Leuvens Geschiedenisje

Lessius werd als Lenaert Leys geboren in 1554 in een Kempens boerengezin in Brecht. Dankzij een studiebeurs aan het Atrechtcollege kon hij in Leuven studeren. In 1572 trad hij in als novice bij de jezuïeten. In 1580 werd hij priester gewijd. Hij voleindigde zijn studies aan het Collegium Romanum in Rome. Als lesgever aan het Leuvense studiehuis van de jezuïeten kwam hij in conflict met de universiteit. In 1600 werd hij om gezondheidsredenen vrijgesteld van lesgeven maar hij bleef actief als consulent-biechtvader. Zijn reputatie als adviseur van onder meer de aartshertogen Albrecht en Isabella leverde hem de naam Orakel der Nederlanden op. De laatste jaren van zijn leven was hij vooral nog met schrijven bezig. Na een slepende ziekte stierf  hij op 15 januari 1623.

Zijn belangrijkste werk is “De iustitia et iure ceterisque virtutibus cardinalibus” (Over rechtvaardigheid, recht en zekere kardinale deugden). Aartshertog Albert gebruikte dit werk als leidraad voor het beleid. Het traktaat gaat vooral over rechtvaardigheid en recht in commerciële en financiële aangelegenheden. In Antwerpen kwam hij in contact met kooplui, bankiers en wisselagenten. De ontdekking van de Nieuwe Wereld zorgde voor een nieuwe economische situatie. Middeleeuwse opvattingen over handelspraktijken waren voorbijgestreefd. Overzees goud en edelmetaal ontwrichtten de markt. Speculatie en woekerprijzen zorgden voor een grote kloof tussen rijk en arm. Lessius probeert het oude kerkelijke standpunt te verzoenen met de nieuwe economische situatie.

Terwijl voor de katholieke kerk rente een vorm van woeker en dus misdadig was, kwam Lessius op voor een juiste prijs in koop en verkoop, een correcte wisselmarkt, billijke belastingen, en een aanvaardbare interest bij kredietverlening.

Hij verdedigde de “Bergen van Barmhartigheid” die behoeftigen leningen verstrekten tegen 12 à 15% interest, enerzijds tegen de Lombarden die voor een lening 30 à 40% interest durfden vragen, en anderzijds tegen andere moraaltheologen die vonden dat de “Bergen” geen interest mochten vragen.

De Lombarden speelden samen met de joden een belangrijke rol in de ontwikkeling van het bankwezen. Deze Noord-Italiaanse geldwisselaars kregen in Europese steden een vergunning om een tafel (of bank) van lening te houden. Daar konden leningen verstrekt worden tegen een onderpand van roerende goederen. De vergunning die gold voor een periode van tien tot vijftien jaar, werd vaak doorverleend van vader op zoon. Die “tafel” ligt ook aan de oorsprong van onze benaming “bank”. “Banco” of “banca” is het Italiaanse woord voor “tafel”. Wanneer een geldwisselaar failliet ging werd zijn tafel kapotgeslagen. Het Italiaanse “banca rotta” betekent “gebroken tafel”. Dat is de oorsprong van ons woord “bankroet”.

In 2007 werden de stoffelijke resten van Lessius naar de Sint-Michielskerk overgebracht. Deze bevonden zich voordien in de voormalige jezuïetenkapel in de Minderbroedersstraat, nu het dagcentrum van het woonzorgcentrum Dijlehof, “Hertog van Brabant”.

De gevel van het Huis van Sestich

Klein Leuvens geschiedenisje

De decoratie van de gevel van het Huis van Sestich wordt gedomineerd door drie hexagrammen, meestal als Davidsterren aangeduid. Men zou kunnen geneigd zijn deze te interpreteren als joodse symbolen. Het hexagram was vanaf de dertiende eeuw een populair joods symbool dat frequent voorkwam in handschriften en op zegels. Maar in de tijd dat het huis Den Spiegel gebouwd werd, was het hexagram nergens in Europa een officieel symbool en werd het alleen in de joodse gemeenschappen van Frankrijk, Duitsland en Midden-Europa gebruikt om hun joodse identiteit te bevestigen. In de Nederlanden hadden de joden meer te lijden onder een vijandige houding en discriminatie. Daarom is het weinig waarschijnlijk dat we de hexagrammen moeten interpreteren als joodse symbolen.

Tijdens het Vierde Lateraans Concilie (1215) werd wel een kenmerkingsplicht voor joden en moslims ingevoerd. Alleen in Portugal werd het dragen van de zespuntige ster verplicht. In de Nederlanden was de jodenhoed het verplichte herkenningsteken.

Het hexagram is ook een populair symbool in de Kabbala, een joodse mystieke beweging waarin de geometrische taal een belangrijke rol speelde. In de veertiende eeuw was de kennis van deze mystieke leer beperkt tot de joodse gemeenschap. Bovendien komt het gevelschema niet overeen met de opgelegde geometrische schema’s van de Kabbala. Deze interpretatie is dus ook onwaarschijnlijk.

Waarschijnlijk moeten we de verklaring voor de geometrische vormen bij twee andere middeleeuwse culturele fenomenen zoeken: enerzijds de getallensymboliek gebaseerd op de Griekse getallenleer en kosmogonie, en anderzijds de mystieke beweging waarvan Jan van Ruusbroec een gekend vertegenwoordiger was. Deze tradities kenden geen formeel kader. Daarom liggen de betekenissen minder vast.

Het gevelschema is volledig opgebouwd rond de archetypische getallen drie en vier.

3 vinden we op de gevel terug in de drie bovenste cirkels met hexagrammen. Een hexagram kan ook geïnterpreteerd worden als een combinatie van twee driehoeken.

3 staat voor zon, aarde en maan, en voor de Heilige Drievuldigheid. Voor de oude Grieken was 3 het toppunt van volmaaktheid. (“omne trinium perfectum”). Verder verwijst 3 ook naar de drie wijzen uit het oosten. In het Britse Koninklijke wapen staan drie leeuwen en op het stadswapen van Amsterdam drie kruisen. “Hip, hip, hip (drie keer) hoera.” “Driemaal is scheepsrecht.” Jezus verrees op derde dag. …

Het getal 4 is op de gevel aanwezig in de onderste rij van vier cirkels, waarvan er twee door een kruis in vier delen gedeeld worden, en in de vier traveeën;

4 staat voor vier evangelisten, vier rivieren in het Paradijs, vier seizoenen, vier windstreken, vier elementen (water, aarde, vuur en lucht), …

Ook de getallen die afgeleid zijn van de archetypes, zijn aanwezig in de gevel.

Twee maal drie is zes. Zes is het “Numerus perfectus”, bij Pythagoras het symbool voor de ziel en het bijbels archetype voor de zes dagen van de schepping.

Het hexagram is in de christelijke, islamitische en joodse kosmologie het symbool voor perfectie. De twee driehoeken symboliseren dan hemel en aarde, vuur en water.

Drie maal vier is twaalf, de som van de twee hexagrammen op de tweede rij. 12 is het getal van de apostelen, tekens van de dierenriem, maanden van het jaar, …

Drie plus vier is zeven. Op de gevel merken we zeven spitsbogen en in de bovenste cirkel staan zeven vierpassen.

Zoals in de Bijbelse kosmologie wordt het hexagram – als symbool voor de schepping – uitgebreid tot het getal 7 door het centrum te benadrukken. Dat centrum wordt dan de rust(dag) genoemd. Het centrum van de hexagrammen op de gevel wordt ingevuld door zes driepassen en één vierpas of cirkel.

Zeventallen worden soms opgesplitst in de twee archetypen, drie en vier. Zo worden de zeven deugden opgesplitst in drie goddelijke deugden (geloof, hoop, en liefde) en in vier kardinale deugden (voorzichtigheid, rechtvaardigheid, gematigdheid en moed). De zeven vrije kunsten zijn opgesplitst in het trivium (drie) en quadrivium (vier).

De Meyboom

Klein Leuvens geschiedenisje

Het is weer gelukt: op woensdag 9 augustus werd voor 17:00 uur de Meyboom voor het stadhuis geplant. Zo werd een traditie verdergezet die teruggaat tot 1308, het jaar van de eerste meiboomplanting.

Volgens een legende vond op 9 augustus 1213 in Brussel een bruiloft plaats in een herberg. Het feest werd verstoord door de Leuvense oproerkraaiers. Het kwam tot een gevecht dat de Brusselaars aanvankelijk leken te verliezen maar door de tussenkomst van de gezellen van Sint Laurentius keerden de kansen en wonnen de Brusselaars toch. Om dit te herdenken kregen de Brusselaars van de hertog het privilege om jaarlijks een Meyboom te planten. Maar de hertog wou ook de Leuvenaars te vriend blijven en koppelde daarom een randvoorwaarde aan dit privilege. De boom moest geplant zijn voor 17:00 uur, zo niet verviel het privilege en mochten Leuvenaars de Meyboom planten. De legende gaat terug op een verhaal van 1213 maar de eerste Meyboom werd pas in 1308 geplant.

In 1939 werd de boom door Leuvenaars gestolen maar onderweg naar Leuven werden ze tegengehouden door de politie die de boom in beslag nam. De Leuvenaars plantten dan maar een vervangboom.

In 1974 hakten de Leuvense mannen van 1929 de Brusselse boom de nacht voordien om en brachten  hem naar Leuven. Er werd een bordje achtergelaten: “Brusselaars, hier heeft uw boom gestaan. De Leuvenaars zijn ermee vandoor gegaan”. De Brusselaars beweren dat er verschillende mogelijke bomen aangeduid worden, waaruit op de dag zelf één gekozen wordt. Sindsdien hebben beide steden een echte Meyboom.

Het planten van een Meyboom is een erg oud gebruik dat verwijst naar Yggdrasil, de levensboom als teken van vruchtbaarheid. Men geloofde dat het planten van de boom leidt tot vruchtbaarheid voor vee, akkers en mensen. De groene krans in de top is een symbool van het zonnerad.