Maandelijks archief: september 2018

Cornelius Jansenius en het Jansenisme

De Hollander Cornelius Jansen begon zijn carrière aan de universiteit van Leuven als student in de pedagogie de Valk. Hij werd er primus in de artes. Hij vervolgde zijn studentenloopbaan als theologant aan het Pauscollege. Daar werd hij sterk beïnvloed door de theologie van Jansonius en Baius. Daarna studeerrde hij nog in Parijs en Bayonne.

Na zijn studies wordt hij professor in de exegese en de eerste president van het Hollandcollege dat in het begin van de 17e eeuw werd opgericht als studieplaats voor theologiestudenten van het bisdom Haarlem. Daar zal hij de meeste tijd doorbrengen in een oude toren van de eerste ringmuur, die nu nog bekendstaat als de Janseniustoren.

Aan het einde van zijn leven wordt hij benoemd als bisschop van het bisdom Ieper maar hij sterft drie jaar later aan de pest.

Hij zal echter vooral na zijn dood beroemd en berucht worden omwille van zijn levenswerk dat postuum gepubliceerd wordt: “Augustinus, sive doctrina Sti. Augustini de humanae naturae sanitate, aegritudine, medicina etc. “of kortweg Augustinus. Daarin heeft hij zijn interpretatie van de predestinatieleer van deze kerkvader en zijn idee over de vrije wil die regelrecht ingaat tegen de leer van de kerk zoals die werd vastgelegd in het concilie van Trente. Om deze reden wordt het Jansenisme wel eens ten onrechte in verband gebracht met het calvinisme.

Het jansenisme is zowel een theologie als een politieke stroming. Het theologisch jansenisme legt, zoals gezegd, de nadruk op de predestinatieleer, maar ze verwerpt tegelijkertijd de onfeilbaarheid van de paus en de onbevlekte ontvangenis van Maria.

Op het politiek vlak verzet het jansenisme zich vooral tegen het absolutisme van de Franse koning. Ze wordt daarbij gesteund door het Franse parlement en is vooral populair bij advocaten en in de magistratuur.

Het jansenisme wordt vooral bestreden door de jezuïeten. Het wordt tot driemaal toe veroordeeld door de kerk:  namelijk in de bullen “Cum occasione “ (1653), “Vineam Domini” (1705) en “Unigenitus” (1713).

Het eerste centrum van het jansenisme is het vrouwenklooster Port-Royal des Champs, ten zuidwesten van Parijs en kort bij Versailles. “De belangrijkste persoon is Antoine Arnault. Een andere gekende aanhanger is de filosoof en wetenschapper Blaise Pascal. Dit klooster wordt in 1709 door Lodewijk XIV opgeheven en een jaar later afgebroken. De belangrijkste leiders vluchten naar de zuidelijke Nederlanden. Daar kent het een zekere aanhang aan de Leuvense universiteit bij professoren zoals Petrus Stockmans en Zeger Bernard Van Espen.

In de noordelijke Nederlanden zorgt het jansenisme voor een heuse kerkscheuring: het Utrechts schisma. Dit ontstaat wanneer het Utrechts kapittel zelf een opvolger kiest voor een van jansenisme verdachte bisschop. Dit geeft aanleiding tot het ontstaan van de Oud-bisschoppelijke clerezie wat later wel bekend worden als de Oudkatholieke Kerk. Deze telt op dit ogenblik nog steeds een dertigtal parochies in Nederland een volgens de laatste gegevens 4500 à 5000 leden.