Categorie archief: verbonden verhalen

Enkele Leuvense wistjedatjes

In verband met de cursus “Spanje tegen Oranje” van de Davidsfonds academie door Edward De Maesschalck.

  • In de Sint-Kwintenskerk van Leuven bevindt zich de grafsteen van de halfzuster van Margaretha van Parma: Catharina van Dycke, dochter van Johannes van Dycke en Johanna van der Gheynst.
  • In de universiteitshal bevindt zich ook een allegorie op de Pacificatie van Gent: “het Laatste Avondmaal” van G. Gortzius (?).

gortzius

  • De “Leuvense” jezuïet Leonardus Lessius was de eerste katholiek die rente toeliet.

Heverlee en het geslacht de Croÿ. Deel 2

Karel III van Croÿ (1560-1612)

Karel III van Croÿ studeerde aan het Drietalencollege. In 1577 trad hij in dienst bij de landvoogd don Juan van Oostenrijk. Na diens aanval op Namen ontvluchtte hij het geweld in de Nederlanden.

In 1580 trouwde hij met Maria van Brimeu, overtuigde calviniste. In 1582 legde hij openbaar de geloofsbelijdenis van de hervormde godsdienst af. Hij werd stadhouder van Vlaanderen in opdracht van de Staten van Vlaanderen. Wanneer in 1584 de verzoening met Filips II ondertekend werd, nam Karel ontslag als stadhouder. Hij trad in 1584 opnieuw toe tot de katholieke kerk en liet zich scheiden van zijn calvinistische vrouw. Hij werd militair commandant in dienst van de Spaanse koning en nam deel aan de belegeringen van Grave, van Venlo en Neuss. Hij belegerde en veroverde Bonn en nam deel aan de veldtocht tegen Frankrijk. In 1592 werd hij als beloning benoemd tot Grande van Spanje van de eerste klasse en stadhouder van Henegouwen en Valencienne. In 1595 nam hij een tweede maal deel aan een veldtocht tegen Frankrijk.

Na de dood van zijn vader in 1595 kwam hij in het bezit van een uitgebreid domein waarvan het beheer hem nog weinig gelegenheid liet tot militaire actie.

In 1597 benoemde aartshertog Albrecht van Oostenrijk hem tot stadhouder van Artesië. In 1598 onderhandelde hij mee de Vrede van Vervins tussen Spanje en Frankrijk. Bij die gelegenheid verhief de Franse koning de heerlijkheid Croÿ in Picardië tot hertogdom. In 1599 werd hij ridder in de Orde van het Gulden Vlies.

Karel spendeerde een groot deel van zijn fortuin aan het aankopen van kunstwerken en boeken die hij bewaarde in zijn kasteel in Beaumont. Voor het beheer van zijn domein werkte hij een reglementering uit geïnspireerd op Nederlandse voorbeelden.

Hij gaf aan de schilder Adrien de Montigny de opdracht al zijn bezittingen en alle provincies waar hij een hoge functie vervulde, in kaart te brengen. Dit werden de beroemde Albums de Croÿ, tweeduizend vijfhonderd miniaturen gebundeld in ruim twintig folianten, een uitzonderlijk tijdsdocument met uniek beeldmateriaal.

album croy

Als boekenliefhebber had Karel van Croÿ ook goede contacten met de geleerde wereld. Zijn goede relatie met een van de geleerdste mannen van zijn tijd, Justus Lipsius, was als het ware voorbestemd. Deze twee hadden meer gemeen dan de liefde voor de literatuur. Beiden zijn ook afgedwaalde schapen die teruggekeerd zijn naar de katholieke schaapstal en naast hun liefde voor boeken deelden ze ook een liefde voor bloemen en tuinen.

Justus Lipsius droeg zijn beroemd tractaat “De bibliothecis syntagma”, een opstel over antieke bibliotheken, op aan de hertog. Karel van Croÿ had in zijn kasteel van Beaumont een bibliotheek met zo’n drieduizend manuscripten, veruit de grootste privébibliotheek in haar tijd. Justus Lipsius hoopte dat Karel zijn bibliotheek zou overgebracht hebben naar Heverlee waar ze de basis zou kunnen vormen van een nog op te richten Leuvense universiteitsbibliotheek. Als Milaan haar Ambrosiana kreeg en Oxford haar Bodleian, waarom zou Leuven dan geen Celestina kunnen gekregen hebben. Deze bibliotheek kon een plaats krijgen in het kasteel of in het Celestijnenklooster, in ieder geval in de buurt van het college waar zowel Lipsius als Karel van droomden.

Justus Lipsius droeg ook zijn laatste werk, “Lovanium: sive opidi et academiae eius descriptio libri tres” (Leuven: beschrijving van de stad en haar universiteit, in drie boeken) aan “Illmo et Excelmo principe Carolo, duci Croyo et Arschotano, S.R.I. Principe, Equiti aurei velleris.” (Aan de doorluchtige en uitmuntende Prins Karel, hertog van Croÿ en Aarschot, Prins van het Heilig Roomse Rijk, Ridder van het Gulden Vlies. In dit boek wandelt Lipsius met vier leerlingen, onder wie de broer van Rubens, en zijn twee honden, Mops en Mopsulus, van de Kesselse bergen tot in Heverlee. Op de bijgevoegde ets met een geïdealiseerd panorama van Heverlee staat het kasteel centraal geflankeerd door links het Celestijnenklooster en rechts de Sint-Lambertuskerk.

(c) Wikipedia

(c) Wikipedia

Na zijn terugkeer tot het katholieke geloof had Karel een scheiding van tafel en bed met zijn calvinistische vrouw Maria van Brimeu. Dit huwelijk bleef dan ook kinderloos.

Acht maanden na het overlijden van Maria van Brimeu, op 18 april 1605, hertrouwde Karel met zijn nicht Dorothea van Croÿ, dochter van zijn oom Karel Filips van Croÿ, markies van Havré. Ook dit huwelijk bleef zonder nakomelingen.

dorothea

(c) KU Leuven

Dorothea van Croÿ was bevriend met aartshertogin Isabella met wie ze samen aan goede werken deed en ze was de doopmeter van een van de kinderen van Eyricus Puteanus, de opvolger van Justus Lipsius aan de Leuvense universiteit.

Bij het overlijden van Dorothea van Croÿ kwam er een einde de tak Croÿ-Aarschot. Karel II was de laatste Croÿ die de titel Hertog van Aarschot mocht dragen. Karel had in een laatste poging om de hertogstitels van Croÿ en Aarschot in de familie te houden zijn schoonvader Karel Philips van Croÿ hertog van Havré als familiehoofd aangeduid. De erfenis werd verdeeld tussen enerzijds de kinderen van zijn zuster Anna van Croÿ, die met Karel van Arenberg getrouwd was, en anderzijds de familietak Croÿ-Havré. Het hertogdom Aarschot, het vorstendom Chimay, en het graafschap Beaumont kwamen zo in handen van het huis Arenberg. Het hertogdom Croÿ en het vorstendom Château-Porcien en kleinere heerlijkheden kwamen aan Karel Alexander van Croÿ. Daarmee kwam het kasteel van Heverlee en het Celestijnenklooster in handen van de familie van Arenberg. De Arenbergs bleven hertog van Aarschot tot het einde van het Ancien Régime.

“Karel van Arenberg en Anne van Croÿ met familie” door F. Pourbus Jr. (c) Wikipedia

Het kasteel van Heverlee.

De oudste vermelding dateert van 1371: dan is er sprake van een “zware donjon” gebouwd door Raas van Graven, gesloopt op een niet nader bepaald tijdstip. Ook de eerste Croÿs woonden nog in een versterkte woontoren die zich ongeveer in de zuidwestelijke hoek van de binnenplaats van het huidige kasteel bevond. Mogelijk werd deze donjon in de vijftiende eeuw uitgebreid met een woonvleugel vergezeld van twee traptorens. Dit zou de in 1644 afgebrande westvleugel geweest zijn.

(c) Universiteitsarchief KU Leuven

(c) Universiteitsarchief KU Leuven

Willem van Croÿ kan beschouwd worden als de bouwheer van het huidige Arenbergkasteel. Tijdens zijn verblijf in Italië, waar hij aan de zijde van de Franse koning strijdt voor de herovering van Napels, komt hij in contact met de renaissance. Bij zijn terugkeer brengt hij talrijke kunstwerken, meubels en handschriften mee en de volgende jaren laat hij de primitieve burcht ombouwen tot een prachtig lustslot gebouwd in streekeigen materialen, met de kenmerkende afwisseling van bak- en zandsteen. Ook al is het versierd met laatgotische ornamenten, zijn de renaissancecontouren duidelijk herkenbaar. De peervormige torenspitsen zijn getooid met de dubbele adelaar van Habsburg. De heer en de vrouw hadden elk hun eigen appartementen in de torens: de oosttoren was van haar, de westtoren van hem. De bouwheer en zijn dame zijn overal aanwezig in het interieur, onder andere door de vele kruisen – verwijzend naar Croÿ (croix) – en geiten – verwijzend naar Chièvres (chèvre) – in de versiering.

Karel II van Croÿ liet de donjon afbreken en plande een nieuwe noord- en oostvleugel, geflankeerd door torens,  naar het voorbeeld van  wat er al stond. Deze ambitieuze plannen zijn wel zichtbaar op tekeningen maar ze zijn nooit gerealiseerd.

Bij de dood van Karel II en Dorothea van Croÿ kwam ook het kasteel in handen van de familie van Arenberg die het tot in 1914 zouden behouden.

In de achttiende eeuw werd de Parijse architect Charles de Wailly naar Leuven gehaald om het kasteel aan te passen aan zijn tijd. De neogotiekers Joris Helleputte en Joseph Claes maakten in de negentiende eeuw het kasteel middeleeuwser dan het ooit geweest is. Claes is verantwoordelijk voor de neogotische kapel in de voorgevel. In de twintigste eeuw draaide Raymond Lemaire de  neogotische aanpassingen gedeeltelijk terug. Het drieledig raam boven de inkompoort en het halfronde dakraam zijn ontworpen door Paul Van Aerschot.

Literatuur (2 delen)

  • Marc Derez e.a. Arenberg in de Lage Landen: een hoogadellijk huis in Vlaanderen & Nederland. Leuven: Universitaire Pers, 2002
  • Marc Derez & Anne Verbruggen. De Celestijnenpriorij: van klooster tot bibliotheek. Leuven: Universitaire Pers, 2005
  • Justus Lipsius, Jan Papy (vert.) Leuven: beschrijving van de stad en haar universiteit. Leuven: Universitaire pers, 2000
  • Geert Vanpaemel & Tineke Padmos: Wereldwijs: wetenschappers rond Keizer Karel. Leuven: Davidsfonds, 2000
  • Marc Derez & Anne Verbruggen. Open Monumentendag Leuven, 12 september 1999
  • Wikipedia: de vrije encyclopedie. https://nl.wikipedia.org
  • Inventaris onroerend erfgoed. https://inventaris.onroerenderfgoed.be

Heverlee en het geslacht van Croÿ. deel 1

In het begin van de achtste eeuw maakte Heverlee deel uit van de domeinen van de bisschop van Luik. In de twaalfde eeuw wordt Heverlee bij het graafschap Leuven ingelijfd. De heerlijkheid omvatte toen Oud-Heverlee, Vaalbeek en Bertem. De heren van Heverlee hadden hun versterkte burcht op de plaats van het huidige Arenbergkasteel.

Het geslacht van Croÿ

anton

(c) Wikipedia

In 1445 koopt Anton van Croÿ de heerlijkheid van de berooide heer van Heverlee, Raas van Graven (Grez) die sinds de stichting van de universiteit (1425) ook meier van Leuven was.

Croÿ is een heerlijkheid aan de Somme. Ze beweerden dat ze afstamden van de koning van Hongarije en via die omweg van Adam en Eva. Huizinga rekent hen in “Herfsttij der Middeleeuwen” tot de grote parvenu’s van het Bourgondische tijdperk met een neus voor “douceurs” en “faveurs” (schenking en begunstiging). Eerst werkten ze zich in de gunst van de Bourgondiërs, daarna bij de Habsburgers.

Anton, ook de Grote Croÿ genoemd (ca 1385-1475), stond in de gunst van Filips de Goede die hem bij de oprichting van de orde van het Gulden Vlies onmiddellijk opnam als ridder. Anton werd raadsman en kamerheer, en stadhouder in Namen en Luxemburg. In Henegouwen kreeg hij de heerlijkheden Chièvres en Beaumont en door huwelijk kwam hij in het bezit van Aarschot en Bierbeek. Wanneer Karel De Stoute aan de macht kwam in Bourrgondië (1467), liet hij de eigendommen van de Croÿs confisqueren. Als antwoord ging de Grote Croÿ samenspannen met de Franse koning. In 1473 deed hij op achtentachtigjarige leeftijd een knieval en verkreeg alsnog genade en restitutie van zijn goederen.

Anton van Croÿ huwde twee maal en had zeven kinderen.

Rogier van der Weyden. Portret van Filips van Croÿ (c) Wikipedia

Rogier van der Weyden. Portret van Filips van Croÿ (c) Wikipedia

Zijn zoon Filips I van Croÿ (1435-1511) werd de stamvader van de Aarschotse tak. Hij werd samen met Karel De Stoute opgevoed. In 1471 liep hij in een conflict tussen Frankrijk en Bourgondië met zeshonderd soldaten over naar het Franse kamp. In 1475 verzoende hij zich met Karel De Stoute en diende nadien voor Maria van Bourgondië en regelde het huwelijk met Maximiliaan van Oostenrijk. Daarmee komen de Nederlanden in handen van de Habsburgers.

Willem van Croÿ (1458-1521)

Willem van Croy

(c) Wikipedia

Willem van Croÿ trouwde omstreeks 1485 met Maria van Hamal. Bij de keizerskroning van Maximiliaan van Oostenrijk (1486) wordt hij door de keizer zelf tot ridder geslagen. Later wordt hij ridder van het Gulden Vlies (1491), raadsheer en kamerheer.

Willem van Croÿ, ook gekend als Willem van Chièvres of kortweg Chièvres, werd in 1459 in Picardië geboren als telg uit een geslacht dat sinds verschillende generaties in dienst stond van de hertogen van Bourgondië. In 1483 koopt hij de heerlijkheid Rance en twee jaar later verwerft hij van zijn vader Beaumont, Heverlee en Chièvres. Sindsdien draagt hij de titel Heer van Chièvres. In 1488 huwt hij met Maria-Magdalena van Hamal, weduwe van Adolf de la Marck.

Willem van Croÿ was één van de belangrijkste politieke figuren in de Nederlanden en stapelde de politieke ambten op. Hij werd lid van de Geheime Raad, voorzitter van de Raad van Financiën, stadhouder van Namen en bekleedde daarnaast nog een aantal lokale ambten. Hij gaat in Parijs onderhandelen over een toekomstig huwelijk van Karel V met de dochter van de Franse koning. Karel V was toen 2 jaar.

Wanneer Filips de Schone in 1505 naar Spanje reisde om zich als Spaanse koning te laten kronen werd Willem van Croÿ aangesteld als regent van de Habsburgse Nederlanden en in 1509 werd hij benoemd als opvoeder-gouverneur van de kleine Karel V. Hij bracht de toekomstige keizer nieuws over de militaire en diplomatieke ontwikkelingen, bondgenootschappen, veldtochten en veldslagen, over de correspondentie met vorsten en gezanten en  over de rechten en plichten van de Bourgondische vorsten. Willem van Croÿ haalde Karel weg van het Mechelse hof van Margaretha van Oostenrijk om zijn eigen invloed op zijn leerling te versterken. Hij sliep zelfs in dezelfde kamer als Karel.

Een andere leraar van de latere keizer was Adriaan van Utrecht, de latere Nederlandse paus Adrianus VI. Dit onderricht in Latijn, godsdienst en vrije kunsten interesseerde de jonge Karel maar matig. De pogingen om de latere keizer in contact te brengen met de nieuwe denkbeelden, het Humanisme en de Moderne Devotie, hadden blijkbaar weinig succes. Karel voelde zich meer aangetrokken door het laatmiddeleeuwse ridderideaal zoals die door de orde van het Gulden Vlies levend werd gehouden.

Jan van Scorel. Portret van Adriaan van Utrecht (c) Wikipedia

Jan van Scorel. Portret van Adriaan van Utrecht (c) Wikipedia

Niet iedereen was even gelukkig met de dominante invloed van Willem van Croÿ op de toekomstige vorst. Op het vlak van buitenlandse politiek stond Chièvres lijnrecht tegenover de Habsburgers Maximiliaan en Margareta. Willem van Croÿ slaagde erin Karel op vijftienjarige leeftijd mondig te verklaren zodat hij zelf de lakens kon blijven uitdelen.

Vanaf 1517 richtten Willem van Chièvres en Karel hun aandacht op Spanje en voeren ze de druk op Johanna “de waanzinnige” op om haar soevereiniteit over te dragen aan haar zoon. Chièvres en anderen uit Karels omgeving haalden lucratieve postjes binnen en verpatsten niet zelden de opbrengsten. Deze inhaligheid en de toestroom van Vlaamse (en Bourgondische) gunstelingen bezorgden de “Flamencos” in Spanje dezelfde reputatie die de Spanjaarden een halve eeuw later in onze streken zouden krijgen.

Karels voormalige leermeester Adriaan van Utrecht moest voorkomen dat Karels jongere broer Ferdinand in Spanje als troonopvolger zou benoemd worden. Als dank voor bewezen diensten kreeg hij het bisdom Tortosa. Bij Karels terugkeer naar het noorden kreeg Adriaan – tegen zijn zin – het regentschap over Spanje en werd hij de feitelijke regeringsleider.

Het meest geruchtmakende voorbeeld van nepotisme was de blitzcarrière van kanunnik Willem van Croÿ. Het neefje en naamgenoot van Chièvres die op negentienjarige leeftijd aartsbisschop van Toledo en primaat van Spanje. De katheder van Toledo was het best betaalde kerkelijke ambt op het Iberisch schiereiland. Voordien was Chièvres er al in geslaagd om de kerkelijke hiërarchie in de Nederlanden gaandeweg om te vormen tot een familieholding van de Croÿ’s. Ooms en neven volgden elkaar op de katheder op Terwaan, Atrecht, Kamerijk en Doornik.

Willem kanunnik

(c) Wikipedia

De benoeming van een vreemde minderjarige zonder bijzondere verdiensten die bovendien weigerde in zijn eigen bisschopsstad te gaan wonen, was een van de elementen die zou leiden tot de “Opstand van de Comunidades”, de Spaanse steden, die in de bloed gesmoord werd en die de “Flamencos” hetzelfde imago bezorgde als de Spaanse bezetters in Vlaanderen onder Filips II een halve eeuw later.

Als dank voor bewezen diensten verheft Karel V in 1518 de heerlijkheid Heverlee tot baronie en voegt het toe aan het markizaat Aarschot.

In 1521 vertrekt hij met keizer Karel naar Worms voor de Rijksdag. Tijdens zijn verblijf wordt hij ernstig ziek en op 21 mei 1521 laat hij zijn laatste wilsbeschikking vastleggen ter aanvulling van het testament dat hij kort vóór zijn vertrek had opgesteld. Hij overlijdt op 27 mei 1521. Na een plechtige dienst in Worms wordt hij overgebracht naar Aarschot waar hij wordt bijgezet in de Onze-Lieve-Vrouwekerk.

Het huwelijk van Willem van Croÿ met Maria-Magdalena van Hamal bleef kinderloos en hij werd opgevolgd door zijn neef Filips.

Ferdinand Verbiest en de Kang-Xi globe

Ferdinand Verbiest

Pittem, 1623 – Bejing, 1688

father-ferdinand-verbiest-jesuit-science-source

Fineartamerica.com

Ferdinand Verbiest trad in 1641 in bij de Jezuïeten. Hij werd in 1659 als missionaris naar China gezonden. Een andere jezuïet, Johann Adam Schall von Bell, riep hem naar het keizerlijk hof als Assistent Dishi (kroonprinsleermeester).

De heersende keizer stierf op 23-jarige leeftijd. De Troonopvolger was pas zeven jaar. Het bestuur kwam in de handen van vier regenten die vijandig stonden tegenover de Jezuïeten en hen vervolgden. Een moslim-astronoom (Yang Guangxian) daagde de jezuïeten uit voor een astronomische wedstrijd. Yang won en nam de positie van de jezuïet Adam Schall von Bell over. De jezuïeten werden opgesloten. Ze kwamen vrij na een aardbeving, die door het Chinese hof gezien werd als een voorteken.

In 1669 kwam de nieuwe keizer Kangxi aan de macht, Hij liet de corrupte regent arresteren. Hij organiseerde ook een nieuwe astronomische wedstrijd: Ferdinand Verbiest en Yang Guangxian moesten uitmaken welke astronomen de beste waren, de Europese of de Chinese. Ze kregen drie opdrachten.

  1. Ze moesten de lengte van de schaduw van een zonnewijzer op de middag van een bepaalde dag bepalen,
  2. ze moesten de absolute en de relatieve positie van de zon en de planeten op een bepaalde dag bepalen,
  3. ze moesten het precieze tijdstip van de volgende maansverduistering voorspellen.

Ferdinand Verbiest maakte gebruik van de “Rudolfijnse” tabellen waarmee Johannes Keppler de exacte positie van de planeten bepaalde. Johannes Keppler had in 1609 aangetoond dat de planeten in ellipsvormige banen rond de zon draaien. Met de hulp van de tabellen van Keppler slaagde Verbiest in de drie testen. Yang werd gevangengezet en Ferdinand Verbiest nam zijn positie over.

Astronomie was aan het Chinese hof van kapitaal belang. De macht van de keizer was toen deels gebaseerd op het correct voorspellen van astronomische fenomenen zoals zons- en maansverduisteringen. Als die niet voorspeld waren in een kalender, betekende dat dat zijn macht niet erkend werd door de hemel. Ferdinand Verbiest stelde een tabel op met de zons- en maansverduisteringen voor de volgende 2000 jaar. Hij stelde ook voor een maand uit de Chinese kalender te verwijderen. Die was er in 1670 verkeerdelijk aan toegevoegd.

Ferdinand Verbiest raakte bevriend met de keizer. Hij onderwees hem in de wiskunde, de filosofie en de muziek. Hij kreeg de leiding over het keizerlijk observatorium en bouwde zes nieuwe meetinstrumenten waaronder een hemelglobe. Aan de hand van de globe kon hij de positie van sterren bepalen en wist hij te bewijzen dat de westerse kalender in overeenstemming was met astronomische fenomenen. Verbiest werd door keizer Kangxi tot mandarijn benoemd en kreeg na zijn dood een staatsbegrafenis.

De hemelglobe

De hemelglobe is een exacte replica van het instrument dat Ferdinand Verbiest in 1673 tekende aan het keizerlijk hof in China. Het origineel staat in het keizerlijke observatorium in Peking, samen met andere astronomische instrumenten die Verbiest liet bouwen.

Beijing Ancient Observatory rooftop

Beijing Ancient Observatory rooftop

De replica werd volledig manueel vervaardigd volgens de oorspronkelijke technieken, met uitzondering van de onzichtbare delen. Ze heeft dezelfde afmetingen als het origineel maar werd wat zwaarder gemaakt om toekomstige vervormingen te beperken. Op de hemelglobe zijn 1888 hemellichamen aangebracht in de vorm van grotere knopen en kleinere punten, de sterren en hemellichamen die aan het eind van de zeventiende eeuw bekend waren. Hij weegt 3.850 kg en is 2,76 meter hoog. De hemelglobe diende vooral om de bewegingen van de hemellichamen na te bootsen. Verbiest zelf kende een zestigtal gebruiksmogelijkheden.

In 1985 werd de opdracht tot het bouwen van de globe gegeven, in november 1988 werd hij verscheept naar Antwerpen en op 2 juni 1989 heeft de Chinese ambassadeur de globe ingehuldigd. De volgende dag reden tanks over het Tian’anmenplein om het studentenprotest voor meer democratie met geweld te onderdrukken. Enkele dagen later was de globe het decor voor een stille actie van Leuvense studenten.

Deze houtsnede van Utagawa Kuniyoshi (1797-1861) toont het portret van Chitasei Goyo (in het Chinees: Wu Yong), bijgenaamd “de meest intelligente ster”. De twee instrumenten, de sterrenglobe en de sextant, zijn van Ferdinand Verbiest. Zijn instrumenten werden opgenomen in Chinese handboeken en encyclopedieën, een bewijs van zijn grote invloed. De prent benadrukt het belang van astronomische kennis voor het bepalen van militaire strategieën.

Bronnen

Vivès en de twee bronnen

Wie was Vivès? Waar komt de naam van de Leuvense stadsbibliotheek en archief vandaan? Op deze twee vragen krijg je een antwoord in deze Leuvense geschiedenis.

Wij beginnen ons verhaal in de universiteitshal op de Naamsestraat. Daar vind je twee stenen met Latijnse teksten: een links vooraan en een achter de glazen deur. De steen achter de glazen deur komt uit een gevel in de Diestsestraat.

gedenksteen

Uit: Filosofen in Leuven: een stadswandeling. Helga Gielen en Katrien Schaubroeck

HIC.GEMINI.FÕTES.GRAECVS.FLVIT
ATQVE.LATINVS
SIC.EOS.APPELLAT.LODO~.VIVES
VALENT IN.LINGVAE.EXERCITATIONE
AD.PHILIPPV.HISPÃ.ET.ANGL~.REGE~.ÊC .
ANNO.1556.
RENOVATUM.1767

In het Nederlands staat er: “Hier vloeiden de tweelingsbronnen, de Griekse en de Latijnse. Zo noemde ze Ludovicus Vivès uit Valencia in zijn Oefeningen in de Latijnse taal, opgedragen aan Filips, koning van Spanje en Engeland etc. in het jaar 1556. Hernieuwd in 1767.”

Juan Luis Vivès (1492-1540) woonde in de Diestsestraat te Leuven op de plaats van het huidige nummer 79 (tegenover de huidige Inno). In de tuin van dit huis lagen 2 bronnen. Het bestaan van deze bronnen is in 1961 bevestigd.  Toen werden bij slopingswerken van huizen in de Vital Decosterstraat in een soort gewelfde kelder in een tuin de twee bronnen in kwestie ontdekt.

Voor de renaissancehumanist Vivès stonden deze bronnen symbool voor de twee klassieke talen waaruit alle humanistische geleerdheid wordt geput en voortvloeit: het Grieks en het Latijn. Hij verwees ernaar in zijn “Exercitatio Linguae Latinae”, een boek met dialogen voor studenten.

In 1556 werd door de toenmalige bewoner van Vivès’ huis in de Oppendorpstraete (Diestsestraat) P. Roels, doctor en professor in de medicijnen, een gedenksteen aangebracht. Deze steen werd in 1767 hernieuwd en in 1931 door de erfgenamen Ryckman de Winge aan de universiteit geschonken.

Vivès (1492 of 1493 – 1540) werd geboren in de Spaanse stad Valencia. Zijn ouders waren tot het christendom bekeerde joden. In 1509 ging hij studeren aan de universiteit van Parijs. Teleurgesteld over het scholastieke onderwijs aldaar vestigde hij zich in 1512 in Brugge. In 1517 werd hij huisleraar van de negentienjarige bisschop van Kamerijk, kardinaal Guillaume de Croÿ. De twee verhuisden in 1517 naar Leuven, waar Vivès als gastdocent aan de universiteit werd toegelaten en zijn vriendschap met Erasmus bestendigde.

Hij werkte ook als hoogleraar aan het Drietalencollege, dat aanvankelijk los van de officiële universiteit opereerde en waarin de klassieke talen werden bestudeerd. De studenten konden er gratis onderwijs volgen, en de docenten kregen een bescheiden salaris uit de nalatenschap van mecenas Hiëronymus Busleyden.

Juan Luis Vivès geldt als de belangrijkste Spaanse geleerde van de zestiende eeuw. Na Erasmus was hij de belangrijkste vertegenwoordiger van het humanisme in de Nederlanden. Hij maakte vooral naam als pedagoog. Hij had een grondige hekel aan het schoolse onderwijs en zocht dan ook naar hervormingen. In “De disciplinis XX libri” (20 boeken over onderwijsvakken) geeft hij zijn ideale leerprogramma en in “De institutione feminae christianae” (over het onderwijs van christelijke vrouwen) pleit hij voor en kwaliteitsvolle opleiding voor vrouwen.

christelijke vrouw_tekening

Flandrica.be

Afbeelding aan het einde van “Die Institutie ende leeringe van een Christelijke Vrouwe, sowel in haer ioncheyt, als in haren houwelijcken staet”. Nederlandse vertaling van “De institutione feminae christianae

Met zijn studie “De subventione pauperum” dat in opdracht van de stad Ieper vertaald werd onder de titel “Secours van den aermen”, legde Vivès de basis voor een ingrijpende hervorming  van de armenzorg. Hij pleitte ervoor om alle middelen voor het armenbeleid te centraliseren bij de lokale overheid.  Daarmee reageerde hij op de traditie van de Heilige Geesttafels die sinds de zesde eeuw de armenzorg op parochieniveau organiseerden.

Criminelen moesten niet gestraft worden, maar geholpen worden om goede burgers te worden. De leefsituatie van de armen moest onderzocht worden vooraleer ze konden rekenen op steun. Daklozen en zwervers moesten hun naam noemen en verklaren waarom ze zwierven. Volgens Vivès kon armoede vermeden worden door iedereen te laten werken volgens zijn mogelijkheden. Wie geen vaardigheden had, moest scholing krijgen en wie zich onterecht als ziek voordeed, moest streng gestraft worden. Volgens Vivès was niemand werkonbekwaam: blinden konden bij voorbeeld wol spinnen of manden vlechten. Dit klinkt zeer modern. In feite legt Vivès hier de basis voor de theorie van de activerende verzorgingsstaat.

armenzorg_titelblad

Flandrica.be

Titelpagina “Ioannis Lodovici Vivis Valentini de subventione pauperu|m|. Sive de humanis necessitatib|us| libri .II. Ad senatum Brugensem. Prior de subve|n|tione privata quid unu|m|quemq|ue| facere oporteat alter de subventione publica, quod civitatem deceat. Ab autore ipso recogniti. Addite sunt annotaciule in calce libri, ad explicandos aliquot difficiliores locos. Habes etiam indice|s| in fine

Ook zeer modern is het antwoord van Vivès op de uitspraak van Bernardus van Chartres (twaalfde eeuw): “Wij zijn als dwergen, zittend op de schouders van reuzen”. Wij  denken hierbij waarschijnlijk onmiddellijk aan Google Scholar maar in zijn boek “De Disciplinis” schrijft Vivès: “Non est ita, neque nos sumus nani, nec illi hominis gigantes, sed omnes ejusdem staturae” (Dat is niet zo, wij zijn geen dwergen, net zomin zij reuzen zijn, iedereen heeft dezelfde bouw).

In 1522 viel de vader van Vivès in handen van de Inquisitie en twee jaar later  werd hij tot de brandstapel veroordeeld omwille van zijn vermeende terugval in het Jodendom. Om  dezelfde reden werd de moeder van Vivés, in 1508 overleden, in 1529 opgegraven en op de brandstapel geplaatst.

Voor Vivès verwezen de twee bronnen naar  de bronnen van de humanistische geleerdheid Nu verwijst “Tweebronnen” naar de twee informatiebronnen, die in het gebouw met die naam zijn gehuisvest: de bibliotheek en het archief.

Jan Van Vaerenbergh, bibliothecaris in 2000 op het ogenblik dat de bibliotheek en het archief in Tweebronnen introkken, zegt hierover:

“… twee instituten die in essentie elk een andere kant opkijken. Het archief conserveert en consolideert, de hedendaagse bibliotheek confronteert en stimuleert. Traditie versus moderniteit. Het archief bewaart een mening; de bibliotheek vormt een mening. De bibliotheek heeft geen verleden; het archief geen heden, maar beide maken ze de toekomst. … Tweebronnen verwijst uiteraard naar de bibliotheek en het archief, maar evenzeer naar de paarsgewijs te onderscheiden soorten informatiebronnen waaraan de gebruikers zich zullen kunnen laven: handgeschreven versus gedrukte bronnen, ambtelijke stukken versus literaire werken, reële versus digitale bronnen”

Vanaf september 2013 is Vives ook de naam van de West-Vlaamse hogeschool ontstaan uit de samenwerking van KATHO en KHBO.

Bronnen

  • Luyten Anita, Gilleir Mia, Van Nerum Mia, Van Aerde Ronald, Fransen Wilfried, Van Isterdael Wim. “De macht van het getal” LGB-krant, 2010, jg. 24 (3), I-XXI
  • Juan Luis Vivès“. Wikipedia: de vrije encyclopedie. https://nl.wikipedia.org/wiki/Juan_Luis_Vives
  • Gielen Helga, Schaubroeck Katrien. “Filosofen in Leuven: een stadswandeling“. http://leuven-plus.be/sites/default/files/document/publiek/filosofenwandeling.pdf
  • http://www.flandrica.be/
  • Steyaert Jan. “1526. Juan Luis Vives: armenzorg en het opkomend humanisme. Canon Sociaal Werk Vlaanderen. http://www.canonsociaalwerk.be/
  • Jacobs, S., e.a., “De reconversie van de Technische School van Henry van de Velde tot Openbare Bibliotheek en Archief van Leuven”, Leuven, Uitgeverij P, 2000