Tagarchief: dossier CBA

Heverlee en het geslacht de Croÿ. Deel 2

Karel III van Croÿ (1560-1612)

Karel III van Croÿ studeerde aan het Drietalencollege. In 1577 trad hij in dienst bij de landvoogd don Juan van Oostenrijk. Na diens aanval op Namen ontvluchtte hij het geweld in de Nederlanden.

In 1580 trouwde hij met Maria van Brimeu, overtuigde calviniste. In 1582 legde hij openbaar de geloofsbelijdenis van de hervormde godsdienst af. Hij werd stadhouder van Vlaanderen in opdracht van de Staten van Vlaanderen. Wanneer in 1584 de verzoening met Filips II ondertekend werd, nam Karel ontslag als stadhouder. Hij trad in 1584 opnieuw toe tot de katholieke kerk en liet zich scheiden van zijn calvinistische vrouw. Hij werd militair commandant in dienst van de Spaanse koning en nam deel aan de belegeringen van Grave, van Venlo en Neuss. Hij belegerde en veroverde Bonn en nam deel aan de veldtocht tegen Frankrijk. In 1592 werd hij als beloning benoemd tot Grande van Spanje van de eerste klasse en stadhouder van Henegouwen en Valencienne. In 1595 nam hij een tweede maal deel aan een veldtocht tegen Frankrijk.

Na de dood van zijn vader in 1595 kwam hij in het bezit van een uitgebreid domein waarvan het beheer hem nog weinig gelegenheid liet tot militaire actie.

In 1597 benoemde aartshertog Albrecht van Oostenrijk hem tot stadhouder van Artesië. In 1598 onderhandelde hij mee de Vrede van Vervins tussen Spanje en Frankrijk. Bij die gelegenheid verhief de Franse koning de heerlijkheid Croÿ in Picardië tot hertogdom. In 1599 werd hij ridder in de Orde van het Gulden Vlies.

Karel spendeerde een groot deel van zijn fortuin aan het aankopen van kunstwerken en boeken die hij bewaarde in zijn kasteel in Beaumont. Voor het beheer van zijn domein werkte hij een reglementering uit geïnspireerd op Nederlandse voorbeelden.

Hij gaf aan de schilder Adrien de Montigny de opdracht al zijn bezittingen en alle provincies waar hij een hoge functie vervulde, in kaart te brengen. Dit werden de beroemde Albums de Croÿ, tweeduizend vijfhonderd miniaturen gebundeld in ruim twintig folianten, een uitzonderlijk tijdsdocument met uniek beeldmateriaal.

album croy

Als boekenliefhebber had Karel van Croÿ ook goede contacten met de geleerde wereld. Zijn goede relatie met een van de geleerdste mannen van zijn tijd, Justus Lipsius, was als het ware voorbestemd. Deze twee hadden meer gemeen dan de liefde voor de literatuur. Beiden zijn ook afgedwaalde schapen die teruggekeerd zijn naar de katholieke schaapstal en naast hun liefde voor boeken deelden ze ook een liefde voor bloemen en tuinen.

Justus Lipsius droeg zijn beroemd tractaat “De bibliothecis syntagma”, een opstel over antieke bibliotheken, op aan de hertog. Karel van Croÿ had in zijn kasteel van Beaumont een bibliotheek met zo’n drieduizend manuscripten, veruit de grootste privébibliotheek in haar tijd. Justus Lipsius hoopte dat Karel zijn bibliotheek zou overgebracht hebben naar Heverlee waar ze de basis zou kunnen vormen van een nog op te richten Leuvense universiteitsbibliotheek. Als Milaan haar Ambrosiana kreeg en Oxford haar Bodleian, waarom zou Leuven dan geen Celestina kunnen gekregen hebben. Deze bibliotheek kon een plaats krijgen in het kasteel of in het Celestijnenklooster, in ieder geval in de buurt van het college waar zowel Lipsius als Karel van droomden.

Justus Lipsius droeg ook zijn laatste werk, “Lovanium: sive opidi et academiae eius descriptio libri tres” (Leuven: beschrijving van de stad en haar universiteit, in drie boeken) aan “Illmo et Excelmo principe Carolo, duci Croyo et Arschotano, S.R.I. Principe, Equiti aurei velleris.” (Aan de doorluchtige en uitmuntende Prins Karel, hertog van Croÿ en Aarschot, Prins van het Heilig Roomse Rijk, Ridder van het Gulden Vlies. In dit boek wandelt Lipsius met vier leerlingen, onder wie de broer van Rubens, en zijn twee honden, Mops en Mopsulus, van de Kesselse bergen tot in Heverlee. Op de bijgevoegde ets met een geïdealiseerd panorama van Heverlee staat het kasteel centraal geflankeerd door links het Celestijnenklooster en rechts de Sint-Lambertuskerk.

(c) Wikipedia

(c) Wikipedia

Na zijn terugkeer tot het katholieke geloof had Karel een scheiding van tafel en bed met zijn calvinistische vrouw Maria van Brimeu. Dit huwelijk bleef dan ook kinderloos.

Acht maanden na het overlijden van Maria van Brimeu, op 18 april 1605, hertrouwde Karel met zijn nicht Dorothea van Croÿ, dochter van zijn oom Karel Filips van Croÿ, markies van Havré. Ook dit huwelijk bleef zonder nakomelingen.

dorothea

(c) KU Leuven

Dorothea van Croÿ was bevriend met aartshertogin Isabella met wie ze samen aan goede werken deed en ze was de doopmeter van een van de kinderen van Eyricus Puteanus, de opvolger van Justus Lipsius aan de Leuvense universiteit.

Bij het overlijden van Dorothea van Croÿ kwam er een einde de tak Croÿ-Aarschot. Karel II was de laatste Croÿ die de titel Hertog van Aarschot mocht dragen. Karel had in een laatste poging om de hertogstitels van Croÿ en Aarschot in de familie te houden zijn schoonvader Karel Philips van Croÿ hertog van Havré als familiehoofd aangeduid. De erfenis werd verdeeld tussen enerzijds de kinderen van zijn zuster Anna van Croÿ, die met Karel van Arenberg getrouwd was, en anderzijds de familietak Croÿ-Havré. Het hertogdom Aarschot, het vorstendom Chimay, en het graafschap Beaumont kwamen zo in handen van het huis Arenberg. Het hertogdom Croÿ en het vorstendom Château-Porcien en kleinere heerlijkheden kwamen aan Karel Alexander van Croÿ. Daarmee kwam het kasteel van Heverlee en het Celestijnenklooster in handen van de familie van Arenberg. De Arenbergs bleven hertog van Aarschot tot het einde van het Ancien Régime.

“Karel van Arenberg en Anne van Croÿ met familie” door F. Pourbus Jr. (c) Wikipedia

Het kasteel van Heverlee.

De oudste vermelding dateert van 1371: dan is er sprake van een “zware donjon” gebouwd door Raas van Graven, gesloopt op een niet nader bepaald tijdstip. Ook de eerste Croÿs woonden nog in een versterkte woontoren die zich ongeveer in de zuidwestelijke hoek van de binnenplaats van het huidige kasteel bevond. Mogelijk werd deze donjon in de vijftiende eeuw uitgebreid met een woonvleugel vergezeld van twee traptorens. Dit zou de in 1644 afgebrande westvleugel geweest zijn.

(c) Universiteitsarchief KU Leuven

(c) Universiteitsarchief KU Leuven

Willem van Croÿ kan beschouwd worden als de bouwheer van het huidige Arenbergkasteel. Tijdens zijn verblijf in Italië, waar hij aan de zijde van de Franse koning strijdt voor de herovering van Napels, komt hij in contact met de renaissance. Bij zijn terugkeer brengt hij talrijke kunstwerken, meubels en handschriften mee en de volgende jaren laat hij de primitieve burcht ombouwen tot een prachtig lustslot gebouwd in streekeigen materialen, met de kenmerkende afwisseling van bak- en zandsteen. Ook al is het versierd met laatgotische ornamenten, zijn de renaissancecontouren duidelijk herkenbaar. De peervormige torenspitsen zijn getooid met de dubbele adelaar van Habsburg. De heer en de vrouw hadden elk hun eigen appartementen in de torens: de oosttoren was van haar, de westtoren van hem. De bouwheer en zijn dame zijn overal aanwezig in het interieur, onder andere door de vele kruisen – verwijzend naar Croÿ (croix) – en geiten – verwijzend naar Chièvres (chèvre) – in de versiering.

Karel II van Croÿ liet de donjon afbreken en plande een nieuwe noord- en oostvleugel, geflankeerd door torens,  naar het voorbeeld van  wat er al stond. Deze ambitieuze plannen zijn wel zichtbaar op tekeningen maar ze zijn nooit gerealiseerd.

Bij de dood van Karel II en Dorothea van Croÿ kwam ook het kasteel in handen van de familie van Arenberg die het tot in 1914 zouden behouden.

In de achttiende eeuw werd de Parijse architect Charles de Wailly naar Leuven gehaald om het kasteel aan te passen aan zijn tijd. De neogotiekers Joris Helleputte en Joseph Claes maakten in de negentiende eeuw het kasteel middeleeuwser dan het ooit geweest is. Claes is verantwoordelijk voor de neogotische kapel in de voorgevel. In de twintigste eeuw draaide Raymond Lemaire de  neogotische aanpassingen gedeeltelijk terug. Het drieledig raam boven de inkompoort en het halfronde dakraam zijn ontworpen door Paul Van Aerschot.

Literatuur (2 delen)

  • Marc Derez e.a. Arenberg in de Lage Landen: een hoogadellijk huis in Vlaanderen & Nederland. Leuven: Universitaire Pers, 2002
  • Marc Derez & Anne Verbruggen. De Celestijnenpriorij: van klooster tot bibliotheek. Leuven: Universitaire Pers, 2005
  • Justus Lipsius, Jan Papy (vert.) Leuven: beschrijving van de stad en haar universiteit. Leuven: Universitaire pers, 2000
  • Geert Vanpaemel & Tineke Padmos: Wereldwijs: wetenschappers rond Keizer Karel. Leuven: Davidsfonds, 2000
  • Marc Derez & Anne Verbruggen. Open Monumentendag Leuven, 12 september 1999
  • Wikipedia: de vrije encyclopedie. https://nl.wikipedia.org
  • Inventaris onroerend erfgoed. https://inventaris.onroerenderfgoed.be

Heverlee en het geslacht van Croÿ. deel 1

In het begin van de achtste eeuw maakte Heverlee deel uit van de domeinen van de bisschop van Luik. In de twaalfde eeuw wordt Heverlee bij het graafschap Leuven ingelijfd. De heerlijkheid omvatte toen Oud-Heverlee, Vaalbeek en Bertem. De heren van Heverlee hadden hun versterkte burcht op de plaats van het huidige Arenbergkasteel.

Het geslacht van Croÿ

anton

(c) Wikipedia

In 1445 koopt Anton van Croÿ de heerlijkheid van de berooide heer van Heverlee, Raas van Graven (Grez) die sinds de stichting van de universiteit (1425) ook meier van Leuven was.

Croÿ is een heerlijkheid aan de Somme. Ze beweerden dat ze afstamden van de koning van Hongarije en via die omweg van Adam en Eva. Huizinga rekent hen in “Herfsttij der Middeleeuwen” tot de grote parvenu’s van het Bourgondische tijdperk met een neus voor “douceurs” en “faveurs” (schenking en begunstiging). Eerst werkten ze zich in de gunst van de Bourgondiërs, daarna bij de Habsburgers.

Anton, ook de Grote Croÿ genoemd (ca 1385-1475), stond in de gunst van Filips de Goede die hem bij de oprichting van de orde van het Gulden Vlies onmiddellijk opnam als ridder. Anton werd raadsman en kamerheer, en stadhouder in Namen en Luxemburg. In Henegouwen kreeg hij de heerlijkheden Chièvres en Beaumont en door huwelijk kwam hij in het bezit van Aarschot en Bierbeek. Wanneer Karel De Stoute aan de macht kwam in Bourrgondië (1467), liet hij de eigendommen van de Croÿs confisqueren. Als antwoord ging de Grote Croÿ samenspannen met de Franse koning. In 1473 deed hij op achtentachtigjarige leeftijd een knieval en verkreeg alsnog genade en restitutie van zijn goederen.

Anton van Croÿ huwde twee maal en had zeven kinderen.

Rogier van der Weyden. Portret van Filips van Croÿ (c) Wikipedia

Rogier van der Weyden. Portret van Filips van Croÿ (c) Wikipedia

Zijn zoon Filips I van Croÿ (1435-1511) werd de stamvader van de Aarschotse tak. Hij werd samen met Karel De Stoute opgevoed. In 1471 liep hij in een conflict tussen Frankrijk en Bourgondië met zeshonderd soldaten over naar het Franse kamp. In 1475 verzoende hij zich met Karel De Stoute en diende nadien voor Maria van Bourgondië en regelde het huwelijk met Maximiliaan van Oostenrijk. Daarmee komen de Nederlanden in handen van de Habsburgers.

Willem van Croÿ (1458-1521)

Willem van Croy

(c) Wikipedia

Willem van Croÿ trouwde omstreeks 1485 met Maria van Hamal. Bij de keizerskroning van Maximiliaan van Oostenrijk (1486) wordt hij door de keizer zelf tot ridder geslagen. Later wordt hij ridder van het Gulden Vlies (1491), raadsheer en kamerheer.

Willem van Croÿ, ook gekend als Willem van Chièvres of kortweg Chièvres, werd in 1459 in Picardië geboren als telg uit een geslacht dat sinds verschillende generaties in dienst stond van de hertogen van Bourgondië. In 1483 koopt hij de heerlijkheid Rance en twee jaar later verwerft hij van zijn vader Beaumont, Heverlee en Chièvres. Sindsdien draagt hij de titel Heer van Chièvres. In 1488 huwt hij met Maria-Magdalena van Hamal, weduwe van Adolf de la Marck.

Willem van Croÿ was één van de belangrijkste politieke figuren in de Nederlanden en stapelde de politieke ambten op. Hij werd lid van de Geheime Raad, voorzitter van de Raad van Financiën, stadhouder van Namen en bekleedde daarnaast nog een aantal lokale ambten. Hij gaat in Parijs onderhandelen over een toekomstig huwelijk van Karel V met de dochter van de Franse koning. Karel V was toen 2 jaar.

Wanneer Filips de Schone in 1505 naar Spanje reisde om zich als Spaanse koning te laten kronen werd Willem van Croÿ aangesteld als regent van de Habsburgse Nederlanden en in 1509 werd hij benoemd als opvoeder-gouverneur van de kleine Karel V. Hij bracht de toekomstige keizer nieuws over de militaire en diplomatieke ontwikkelingen, bondgenootschappen, veldtochten en veldslagen, over de correspondentie met vorsten en gezanten en  over de rechten en plichten van de Bourgondische vorsten. Willem van Croÿ haalde Karel weg van het Mechelse hof van Margaretha van Oostenrijk om zijn eigen invloed op zijn leerling te versterken. Hij sliep zelfs in dezelfde kamer als Karel.

Een andere leraar van de latere keizer was Adriaan van Utrecht, de latere Nederlandse paus Adrianus VI. Dit onderricht in Latijn, godsdienst en vrije kunsten interesseerde de jonge Karel maar matig. De pogingen om de latere keizer in contact te brengen met de nieuwe denkbeelden, het Humanisme en de Moderne Devotie, hadden blijkbaar weinig succes. Karel voelde zich meer aangetrokken door het laatmiddeleeuwse ridderideaal zoals die door de orde van het Gulden Vlies levend werd gehouden.

Jan van Scorel. Portret van Adriaan van Utrecht (c) Wikipedia

Jan van Scorel. Portret van Adriaan van Utrecht (c) Wikipedia

Niet iedereen was even gelukkig met de dominante invloed van Willem van Croÿ op de toekomstige vorst. Op het vlak van buitenlandse politiek stond Chièvres lijnrecht tegenover de Habsburgers Maximiliaan en Margareta. Willem van Croÿ slaagde erin Karel op vijftienjarige leeftijd mondig te verklaren zodat hij zelf de lakens kon blijven uitdelen.

Vanaf 1517 richtten Willem van Chièvres en Karel hun aandacht op Spanje en voeren ze de druk op Johanna “de waanzinnige” op om haar soevereiniteit over te dragen aan haar zoon. Chièvres en anderen uit Karels omgeving haalden lucratieve postjes binnen en verpatsten niet zelden de opbrengsten. Deze inhaligheid en de toestroom van Vlaamse (en Bourgondische) gunstelingen bezorgden de “Flamencos” in Spanje dezelfde reputatie die de Spanjaarden een halve eeuw later in onze streken zouden krijgen.

Karels voormalige leermeester Adriaan van Utrecht moest voorkomen dat Karels jongere broer Ferdinand in Spanje als troonopvolger zou benoemd worden. Als dank voor bewezen diensten kreeg hij het bisdom Tortosa. Bij Karels terugkeer naar het noorden kreeg Adriaan – tegen zijn zin – het regentschap over Spanje en werd hij de feitelijke regeringsleider.

Het meest geruchtmakende voorbeeld van nepotisme was de blitzcarrière van kanunnik Willem van Croÿ. Het neefje en naamgenoot van Chièvres die op negentienjarige leeftijd aartsbisschop van Toledo en primaat van Spanje. De katheder van Toledo was het best betaalde kerkelijke ambt op het Iberisch schiereiland. Voordien was Chièvres er al in geslaagd om de kerkelijke hiërarchie in de Nederlanden gaandeweg om te vormen tot een familieholding van de Croÿ’s. Ooms en neven volgden elkaar op de katheder op Terwaan, Atrecht, Kamerijk en Doornik.

Willem kanunnik

(c) Wikipedia

De benoeming van een vreemde minderjarige zonder bijzondere verdiensten die bovendien weigerde in zijn eigen bisschopsstad te gaan wonen, was een van de elementen die zou leiden tot de “Opstand van de Comunidades”, de Spaanse steden, die in de bloed gesmoord werd en die de “Flamencos” hetzelfde imago bezorgde als de Spaanse bezetters in Vlaanderen onder Filips II een halve eeuw later.

Als dank voor bewezen diensten verheft Karel V in 1518 de heerlijkheid Heverlee tot baronie en voegt het toe aan het markizaat Aarschot.

In 1521 vertrekt hij met keizer Karel naar Worms voor de Rijksdag. Tijdens zijn verblijf wordt hij ernstig ziek en op 21 mei 1521 laat hij zijn laatste wilsbeschikking vastleggen ter aanvulling van het testament dat hij kort vóór zijn vertrek had opgesteld. Hij overlijdt op 27 mei 1521. Na een plechtige dienst in Worms wordt hij overgebracht naar Aarschot waar hij wordt bijgezet in de Onze-Lieve-Vrouwekerk.

Het huwelijk van Willem van Croÿ met Maria-Magdalena van Hamal bleef kinderloos en hij werd opgevolgd door zijn neef Filips.