Tagarchief: Karel van Croÿ

Het celestijnenklooster in Heverlee

In juni 1521 werd in Heverlee in de buurt van het kasteel van Croÿ een werf geopend. Vijf jaar later kon in het koor boven het hoofdaltaar het jaartal 1526 geschilderd worden. Op vijf jaar tijd was hier een laatgotische kerk verrezen met de grootte van een stadskerk. Het zou de grafkerk van de familie de Croÿ worden en de celestijnen van het aanliggende klooster zouden zorgen voor de bediening van de kerk en het opdragen van de missen. De kerk werd toegewijd aan Onze-Lieve-Vrouw-Boodschap zoals bij het moederhuis in Parijs.

Met de stichting van een grafkerk en bijhorend klooster plaatste de familie van Croÿ zich volledig in de traditie van hun Bourgondische landsheren. De Bourgondische hertogen hadden hun mausoleum nabij Dijon in de kartuis van Champmol die daarvoor door Filips de Stoute is opgericht.

MINOLTA DIGITAL CAMERA

eigen foto

Onze laatste Bourgondische prinses, Margaretha van Oostenrijk ligt begraven in de kloosterkerk van Brou, nabij Bourg-en-Bresse. Zij had dit klooster met grafkerk laten oprichten naar de wens van haar man, Filibert van Savoye en liet er verscheidene praalgraven voor vervaardigen, onder andere door haar hofbeeldhouwer Conrat Meit.

MINOLTA DIGITAL CAMERA

eigen foto

Willem van Croÿ had zelf de begraafplaats van Lodewijk van Orléans bezocht in het Celestijnenklooster in Parijs.

In september 1525 was de bouw van het convent zo ver gevorderd dat de kloosterlingen er hun intrek konden in nemen. De bouw van het klooster zou nog een tijd aanslepen. De pandgang kreeg een voorlopige houten zoldering en werd waarschijnlijk pas omstreeks 1540 overwelfd.

Rond 1600 trok Karel II van Croÿ zich het lot van de verwaarloosde priorij aan. Hij wordt daarom wel eens de tweede stichter van het convent genoemd.

Karel had grootse plannen. Je kan er nog een idee van krijgen op een vouwblad in het boek van Justus Lipsius, Lovanium, met een panorama van Heverlee. Je ziet er een genivelleerd landschap met kaarsrechte lijnen die loodrecht op elkaar staan in een orthogonaal raster.

Josse_van_der_Baren_-_Heverlea

(c) Wikipedia

De aanpassingen van het landschap heeft Karel voor een stuk kunnen realiseren. Om het terrein rond het kasteel te nivelleren liet hij de valleiwand van de Dijle afgraven. Zo kwam de Sint-Lambertuskerk (nu Sint-Lambertuskapel) op een geïsoleerde hoogte te liggen. Hij liet ook de dreef aanleggen (nu Kardinaal Mercierlaan, het voetbalstadion van OHL is ernaar genoemd) die het kasteel en de stad met elkaar verbinden, veertig voet breed (elf meter) en mille passus of duizend passen lang (één mijl of anderhalve kilometer.)

Sint-Lambertus

Waren enkele van de dromen van Karel en zijn omgeving uitgekomen, de toekomst van het klooster en de kerk zouden er gans anders uitgezien kunnen hebben. Zo droomde Karel van Croÿ van een college voor studenten, verbonden aan het klooster. Dit zou moeten komen hebben in een aanbouw aan de zuidkant met beneden een gehoorzaal en boven een bibliotheek. Het college is er nooit gekomen.

De toekomst van de kerk zou waarschijnlijk rooskleuriger geweest zijn, hadden de inwoners van Heverlee hun zin gekregen toen ze vroegen de Celestijnenkerk te mogen gebruiken als parochiekerk. In 1612 drongen ze hierop aan vanwege de bouwvallige situatie van de Sint-Lambertuskerk, “die welcke daegelijcx ruijneuse en caducq is wordende door het wegh bringhen van de omliggende berghen.” De kloosterkerk had alleen een toren moeten krijgen, met twee klokken en twee schellen. Karel was het plan niet ongenegen maar de verhuizing is nooit doorgegaan.

Aan het klooster werden herstellingswerken uitgevoerd: metselwerk, bepleistering van de binnenmuren en vernieuwing van het schrijnwerk buiten.

Voor de binneninrichting plande Karel ook een grondige vernieuwing. Van plint tot plafond moest er een volledig nieuwe verflaag komen, ontworpen volgens een vast schema: compartimenten in zwart en wit voor de zoldering, imitaties van diverse steensoorten voor de plinten en door zuilen van elkaar gescheiden medaillons op de wanden. De taferelen uit heiligenlevens en Bijbelverhalen zouden herhaald worden in de glasramen. De thematiek zou aangepast worden aan de functie van het vertrek. Het gastenverblijf had bij voorbeeld taferelen moeten krijgen uit de verhalen van Lazarus en van de Verloren Zoon. In de refter zou het leven van de Heilige Celestinus verbeeld worden.

Deze en andere plannen nam Karel van Croÿ mee in zijn graf. In 1612 stierf hij kinderloos. In zijn testament gaf hij de opdracht de Sint-Annakapel in de celestijnenkerk te versieren met de wapenschilden van alle heerlijkheden die in het bezit waren van de familie.

In zijn tombe was er al een plaats voorzien voor zijn jonge weduwe. Dorothea zou Karel met een halve eeuw overleven. Bovendien wou zij begraven worden op de plaats waar de priester de introïtus leest. Zij overleed in 1662 en reserveerde in haar testament een fatsoenlijk bedrag voor de stichting van een klooster voor vrouwelijke celestijnen in Nancy. In Heverlee liet ze naast geld voor missen en een grafplaat en naast giften voor de prior en enkele monniken een kleed na van rood fluweel doorregen met cantilledraad bezaaid met lovertjes voor een ornament en een ledikant met passement van gouddraad en een hemel als baldakijn, voor het Heilig Sacrament.

Het overlijden van Dorothea betekende ook het einde van het geslacht van Croÿ-Aarschot. Anna van Croÿ, zus van Karel en gehuwd met prins-graaf Karel van Arenberg, riep zichzelf uit tot hertogin van Aarschot.

Ook in de Celestijnenpriorij werd het geslacht de Croÿ afgelost door de Arenbergs maar dit veranderde weinig aan de situatie. Het bleef klachten regenen naar aanleiding van visitaties en de schadestaten en vertoogschriften bleven zich opstapelen in de archieven.

Prins-graaf Filips van Arenberg, die in 1644 tot hertog werd verheven, zou nog een barok epitaaf in de Celestijnenkerk krijgen maar de meeste Arenbergs zouden begraven worden in de crypte van het kapucijnenklooster in Edingen, dat in 1615 werd gesticht door Karel van Arenberg.

edingen_ferraris

(c) Wikipedia

De Arenbergs verkiezen de kapucijnen boven de celestijnen maar de Celestina bleef ook voor de Arenbergs haar functie van memoriaal behouden.

Heverlee en het geslacht de Croÿ. Deel 2

Karel III van Croÿ (1560-1612)

Karel III van Croÿ studeerde aan het Drietalencollege. In 1577 trad hij in dienst bij de landvoogd don Juan van Oostenrijk. Na diens aanval op Namen ontvluchtte hij het geweld in de Nederlanden.

In 1580 trouwde hij met Maria van Brimeu, overtuigde calviniste. In 1582 legde hij openbaar de geloofsbelijdenis van de hervormde godsdienst af. Hij werd stadhouder van Vlaanderen in opdracht van de Staten van Vlaanderen. Wanneer in 1584 de verzoening met Filips II ondertekend werd, nam Karel ontslag als stadhouder. Hij trad in 1584 opnieuw toe tot de katholieke kerk en liet zich scheiden van zijn calvinistische vrouw. Hij werd militair commandant in dienst van de Spaanse koning en nam deel aan de belegeringen van Grave, van Venlo en Neuss. Hij belegerde en veroverde Bonn en nam deel aan de veldtocht tegen Frankrijk. In 1592 werd hij als beloning benoemd tot Grande van Spanje van de eerste klasse en stadhouder van Henegouwen en Valencienne. In 1595 nam hij een tweede maal deel aan een veldtocht tegen Frankrijk.

Na de dood van zijn vader in 1595 kwam hij in het bezit van een uitgebreid domein waarvan het beheer hem nog weinig gelegenheid liet tot militaire actie.

In 1597 benoemde aartshertog Albrecht van Oostenrijk hem tot stadhouder van Artesië. In 1598 onderhandelde hij mee de Vrede van Vervins tussen Spanje en Frankrijk. Bij die gelegenheid verhief de Franse koning de heerlijkheid Croÿ in Picardië tot hertogdom. In 1599 werd hij ridder in de Orde van het Gulden Vlies.

Karel spendeerde een groot deel van zijn fortuin aan het aankopen van kunstwerken en boeken die hij bewaarde in zijn kasteel in Beaumont. Voor het beheer van zijn domein werkte hij een reglementering uit geïnspireerd op Nederlandse voorbeelden.

Hij gaf aan de schilder Adrien de Montigny de opdracht al zijn bezittingen en alle provincies waar hij een hoge functie vervulde, in kaart te brengen. Dit werden de beroemde Albums de Croÿ, tweeduizend vijfhonderd miniaturen gebundeld in ruim twintig folianten, een uitzonderlijk tijdsdocument met uniek beeldmateriaal.

album croy

Als boekenliefhebber had Karel van Croÿ ook goede contacten met de geleerde wereld. Zijn goede relatie met een van de geleerdste mannen van zijn tijd, Justus Lipsius, was als het ware voorbestemd. Deze twee hadden meer gemeen dan de liefde voor de literatuur. Beiden zijn ook afgedwaalde schapen die teruggekeerd zijn naar de katholieke schaapstal en naast hun liefde voor boeken deelden ze ook een liefde voor bloemen en tuinen.

Justus Lipsius droeg zijn beroemd tractaat “De bibliothecis syntagma”, een opstel over antieke bibliotheken, op aan de hertog. Karel van Croÿ had in zijn kasteel van Beaumont een bibliotheek met zo’n drieduizend manuscripten, veruit de grootste privébibliotheek in haar tijd. Justus Lipsius hoopte dat Karel zijn bibliotheek zou overgebracht hebben naar Heverlee waar ze de basis zou kunnen vormen van een nog op te richten Leuvense universiteitsbibliotheek. Als Milaan haar Ambrosiana kreeg en Oxford haar Bodleian, waarom zou Leuven dan geen Celestina kunnen gekregen hebben. Deze bibliotheek kon een plaats krijgen in het kasteel of in het Celestijnenklooster, in ieder geval in de buurt van het college waar zowel Lipsius als Karel van droomden.

Justus Lipsius droeg ook zijn laatste werk, “Lovanium: sive opidi et academiae eius descriptio libri tres” (Leuven: beschrijving van de stad en haar universiteit, in drie boeken) aan “Illmo et Excelmo principe Carolo, duci Croyo et Arschotano, S.R.I. Principe, Equiti aurei velleris.” (Aan de doorluchtige en uitmuntende Prins Karel, hertog van Croÿ en Aarschot, Prins van het Heilig Roomse Rijk, Ridder van het Gulden Vlies. In dit boek wandelt Lipsius met vier leerlingen, onder wie de broer van Rubens, en zijn twee honden, Mops en Mopsulus, van de Kesselse bergen tot in Heverlee. Op de bijgevoegde ets met een geïdealiseerd panorama van Heverlee staat het kasteel centraal geflankeerd door links het Celestijnenklooster en rechts de Sint-Lambertuskerk.

(c) Wikipedia

(c) Wikipedia

Na zijn terugkeer tot het katholieke geloof had Karel een scheiding van tafel en bed met zijn calvinistische vrouw Maria van Brimeu. Dit huwelijk bleef dan ook kinderloos.

Acht maanden na het overlijden van Maria van Brimeu, op 18 april 1605, hertrouwde Karel met zijn nicht Dorothea van Croÿ, dochter van zijn oom Karel Filips van Croÿ, markies van Havré. Ook dit huwelijk bleef zonder nakomelingen.

dorothea

(c) KU Leuven

Dorothea van Croÿ was bevriend met aartshertogin Isabella met wie ze samen aan goede werken deed en ze was de doopmeter van een van de kinderen van Eyricus Puteanus, de opvolger van Justus Lipsius aan de Leuvense universiteit.

Bij het overlijden van Dorothea van Croÿ kwam er een einde de tak Croÿ-Aarschot. Karel II was de laatste Croÿ die de titel Hertog van Aarschot mocht dragen. Karel had in een laatste poging om de hertogstitels van Croÿ en Aarschot in de familie te houden zijn schoonvader Karel Philips van Croÿ hertog van Havré als familiehoofd aangeduid. De erfenis werd verdeeld tussen enerzijds de kinderen van zijn zuster Anna van Croÿ, die met Karel van Arenberg getrouwd was, en anderzijds de familietak Croÿ-Havré. Het hertogdom Aarschot, het vorstendom Chimay, en het graafschap Beaumont kwamen zo in handen van het huis Arenberg. Het hertogdom Croÿ en het vorstendom Château-Porcien en kleinere heerlijkheden kwamen aan Karel Alexander van Croÿ. Daarmee kwam het kasteel van Heverlee en het Celestijnenklooster in handen van de familie van Arenberg. De Arenbergs bleven hertog van Aarschot tot het einde van het Ancien Régime.

“Karel van Arenberg en Anne van Croÿ met familie” door F. Pourbus Jr. (c) Wikipedia

Het kasteel van Heverlee.

De oudste vermelding dateert van 1371: dan is er sprake van een “zware donjon” gebouwd door Raas van Graven, gesloopt op een niet nader bepaald tijdstip. Ook de eerste Croÿs woonden nog in een versterkte woontoren die zich ongeveer in de zuidwestelijke hoek van de binnenplaats van het huidige kasteel bevond. Mogelijk werd deze donjon in de vijftiende eeuw uitgebreid met een woonvleugel vergezeld van twee traptorens. Dit zou de in 1644 afgebrande westvleugel geweest zijn.

(c) Universiteitsarchief KU Leuven

(c) Universiteitsarchief KU Leuven

Willem van Croÿ kan beschouwd worden als de bouwheer van het huidige Arenbergkasteel. Tijdens zijn verblijf in Italië, waar hij aan de zijde van de Franse koning strijdt voor de herovering van Napels, komt hij in contact met de renaissance. Bij zijn terugkeer brengt hij talrijke kunstwerken, meubels en handschriften mee en de volgende jaren laat hij de primitieve burcht ombouwen tot een prachtig lustslot gebouwd in streekeigen materialen, met de kenmerkende afwisseling van bak- en zandsteen. Ook al is het versierd met laatgotische ornamenten, zijn de renaissancecontouren duidelijk herkenbaar. De peervormige torenspitsen zijn getooid met de dubbele adelaar van Habsburg. De heer en de vrouw hadden elk hun eigen appartementen in de torens: de oosttoren was van haar, de westtoren van hem. De bouwheer en zijn dame zijn overal aanwezig in het interieur, onder andere door de vele kruisen – verwijzend naar Croÿ (croix) – en geiten – verwijzend naar Chièvres (chèvre) – in de versiering.

Karel II van Croÿ liet de donjon afbreken en plande een nieuwe noord- en oostvleugel, geflankeerd door torens,  naar het voorbeeld van  wat er al stond. Deze ambitieuze plannen zijn wel zichtbaar op tekeningen maar ze zijn nooit gerealiseerd.

Bij de dood van Karel II en Dorothea van Croÿ kwam ook het kasteel in handen van de familie van Arenberg die het tot in 1914 zouden behouden.

In de achttiende eeuw werd de Parijse architect Charles de Wailly naar Leuven gehaald om het kasteel aan te passen aan zijn tijd. De neogotiekers Joris Helleputte en Joseph Claes maakten in de negentiende eeuw het kasteel middeleeuwser dan het ooit geweest is. Claes is verantwoordelijk voor de neogotische kapel in de voorgevel. In de twintigste eeuw draaide Raymond Lemaire de  neogotische aanpassingen gedeeltelijk terug. Het drieledig raam boven de inkompoort en het halfronde dakraam zijn ontworpen door Paul Van Aerschot.

Literatuur (2 delen)

  • Marc Derez e.a. Arenberg in de Lage Landen: een hoogadellijk huis in Vlaanderen & Nederland. Leuven: Universitaire Pers, 2002
  • Marc Derez & Anne Verbruggen. De Celestijnenpriorij: van klooster tot bibliotheek. Leuven: Universitaire Pers, 2005
  • Justus Lipsius, Jan Papy (vert.) Leuven: beschrijving van de stad en haar universiteit. Leuven: Universitaire pers, 2000
  • Geert Vanpaemel & Tineke Padmos: Wereldwijs: wetenschappers rond Keizer Karel. Leuven: Davidsfonds, 2000
  • Marc Derez & Anne Verbruggen. Open Monumentendag Leuven, 12 september 1999
  • Wikipedia: de vrije encyclopedie. https://nl.wikipedia.org
  • Inventaris onroerend erfgoed. https://inventaris.onroerenderfgoed.be