Tagarchief: ringmuur

Kamerood Sesteg

Het Leuvense begrip “kamerood sesteg’” (kameraad zestig) stamt uit het middeleeuwse schuttersleven. De Grote Gilde van de Kruisboog – “Groote Gulde van de Ouden Cruysboghe” of het “Gulde van de Sestigen” – had zestig leden. Telkens een lid wegviel, mocht een “bleuke” tot de gilde toetreden. Dat zestigste lid werd “kamerood sesteg” genoemd. De uitdrukking wordt nog wel eens gebruikt om een nieuweling aan te duiden met een beetje minachting. De mannen van 60 hebben van het begrip een geuzennaam gemaakt.

Schuttersgilden waren in feite religieus geinspireerde middeleeuwse burgerwachten. Zij moesten de stad beschermen tegen aanvallen, ze bewaken en er de orde in handhaven. In Leuven had je vier schuttersgilden: de Sint-Sebastiaansgilde of de gilde van de handboog, de kleine gilde van de kruisboog, de grote gilde van de kruisboog en de gilde van de kolveniers.

Wanneer in de veertiende eeuw de tweede ringmuur rond Leuven werd gebouwd, verloor de eerste ringmuur zijn beschermende functie. Delen van de grachten zouden verder gebruikt worden als oefenterreinen voor die schuttersgilden. De grote gilde van de kruisboog had haar oefenterrein tussen de Heilige-Geestpoort (Diestsestraat) en de Sint-Michielspoort (Tiensestraat), grosso modo over het huidige Mgr-Ladeuzeplein en het Herbert Hooverplein.  De andere gilden kregen een terrein tussen de Sint-Michielspoort  en de Proostpoort (Naamsestraat) nu deel van het stadspark – vandaar de Leuvense benaming “Gieëlenhof” (Gildenhof) – ,in het Handbooghof en in het Kolveniershof.

De schuttersgilden hadden meestal een eigen patroonheilige. Sint-Joris en Sint-Sebastiaan waren de meest voorkomende patroonheiligen. Vaak hadden de gilden ook een eigen kapel. De kapel van de grote gilde van de kruisboog bevond zich binnen de (tweede) ringmuur in de “Hoelstrate”, de huidige Tiensestraat. Deze kapel, Onze-Lieve-Vrouw van Ginderbuiten, had het formaat van een grote kerk en bezat enkele belangrijke kunstschatten waaronder het Sint-Jorisretabel van Jan Borreman en de Kruisafneming van Rogier Van der Weyden. De kapel werd in 1798 door de Fransen gesloopt.

De Mannen van 60 gaven de Aarschotse beeldhouwer Jan Rosseels de opdracht “Kamerood Sesteg” te vereeuwigen in een standbeeld. In 2000, het jaar dat ze zelf Benjamin werden, schonken ze het beeld aan de stad.

De Mannen van het Jaar is een typische Leuvense traditie. Elk jaar ontstaat een nieuwe vriendenkring van mannen die het volgende jaar veertig worden, “met uitsluiting van om het even welk beletsel van sociale, politieke, godsdienstige of filosofische aard.” Het oorspronkelijke doel was het voorbereiden van een waardige viering van de vijftigste verjaardag. Gedurende 10 jaar organiseren ze activiteiten. Op hun veertigste worden ze Benjamins en op vijftig Abrahams. Dan zou men wijs geworden zijn en het rustiger aan doen.

Rond “Kamerood sesteg” ontstond een nieuwe traditie in het jaartallenleven. Elk jaar wordt het nieuwe jaartal, de veertigjarigen, gehuldigd als “kamerood sesteg”. Zo worden ze symbolisch opgenomen in de kring van de Jaartallen. Dit gebeurt op dezelfde dag dat de vijftigjarigen als Abraham gevierd worden.

Het werd een dynamisch beeld vol symboliek. Het stelt een eeuwig jonge man vol levenslust voor. De wereldbol die aan zijn voeten ligt, staat symbool voor illusie, de baby voor nieuw leven, de slak voor de trage vordering naar het oud worden, en de rijpere man met een ruiker bloemen voor “iemand die graag de bloemetjes buiten zet.”

De man met de vinger op de neus is een wijsneus. De raket verwijst naar het embleem van de mannen van 60. Ze staat ook symbool voor de wereld zonder grenzen en de verovering van de kosmos.

Verder zijn er ook enkele verwijzingen naar Leuven aanwezig: Fiere Margriet en een stoomlocomotief die verwijst naar het – voormalige – spoorwegmuseum.

Het beeld is ondertussen al enkele malen het slachtoffer van vandalisme. Het beeld was zelfs een tijd verdwenen maar is gelukkig teruggevonden. In de hals zijn nog sporen van mishandeling zichtbaar. Bij het begin van de verbouwing van het museum M verhuisde Kamerood Sesteg van de Vanderkelenstraat naar het stadspark.

Bronnen: